VOKA contra gemeenten en provincies

VOKA West-Vlaanderen trekt ten aanval tegen de provincies en de gemeenten in hun huidige vorm. Ze vindt dat de 64 gemeenten in deze provincie tot 6 kunnen worden gereduceerd. Lokaal nieuws zal u zeggen. Maar hun idee is overgenomen en ondersteund door de federale minister Vincent Van Quickenborne die voorstelt de provincies af te schaffen en over heel Vlaanderen nog 25 steden over te houden. Hij trekt zich in deze niets aan van beslissingen door zijn partij genomen en krijgt daar hopelijk een sanctie voor. Ook dat kan men afdoen als ‘no news’. Toch is reactie nodig, omdat schadelijke voorstellen dienen te worden afgeschoten vooraleer ze in het circuit van politiek en media worden overgenomen.

‘Overheid moet sneller beslissen’ zegt VOKA

Dat de overheid sneller zou moeten beslissen is een stelling die behoort tot de cafépraat. De overheid moet helemaal niet sneller beslissen, ze moet alleen ‘goed’ beslissen, in het algemeen belang. Als dat snel kan, zoveel te beter, maar soms zijn de problemen ingewikkeld, de belangen tegenstrijdig, de meningen verdeeld. In dit geval past alleen een goede overweging van alle voor- en nadelen en als dat de beslissing moet vertragen, dan is het zo.

Een beetje geschiedenis

Ik heb de gemeentefusies in de praktijk meegemaakt. De twee grote argumenten voor fusies waren: beter bestuur en zuiniger bestuur. Van dat eerste is op sommige vlakken wel iets te merken geweest, hoewel het niet zo zeker is dat dit veel beter is dan wat de vroegere zelfstandige gemeenten en het overleg tussen die gemeenten kon opleveren. Wat de kostprijs betreft… Brugge en randgemeenten hadden in 1970 in totaal 825 gemeentelijke medewerkers, alle beambten en arbeiders inbegrepen. Thans zijn dat er 1800, ondanks het feit dat een aantal activiteiten werden afgestoten. Over gans Vlaanderen zijn er, als gevolg van de schaalvergroting, twee tot driemaal zoveel gemeentelijke medewerkers dan dertig jaar geleden. Is de dienstverlening aan de burgers ook verdubbeld of verdrievoudigd? Ik vrees er voor.

Een bijzonder negatief aspect van de fusies was het verdwijnen over het ganse land van al die burgemeesters, schepenen en raadsleden die, elk in hun gemeente, de motor waren van het lokale leven op alle mogelijke domeinen en die door hun nabijheid met de bevolking en door hun no-nonsense bestuur de echte democratie belichaamden. Heel veel van het plaatselijke samenhorigheidsgevoel en van het lokale verenigingsleven is teloor gegaan. Het beschikbare geld gaat buitenmatig op in wedden en lonen, met steeds minder ruimte voor het ondersteunen van plaatselijke initiatieven (met eraan gekoppelde werkverschaffing) van de meest diverse aard.

De juiste schaal ?

VOKA en Van Quickenborne komen met argumenten voor de dag waarbij men alleen maar kan de zucht slaken ‘schoenmaker blijf toch bij je leest’. Eén van die argumenten is dat de kleine gemeenten profiteren terwijl de lasten op de centrumsteden rusten. Dat is larie. Vooreerst hebben de centrumsteden een veel bredere waaier aan fiscale inkomsten. Daarbij, precies omwille van de grotere lasten, worden de centrumsteden, naarmate hun omvang, ook met veel hogere tussenkomsten voorzien.

Een ander argument is dat grote steden, die een ganse regio besturen, in dossiers van ruimtelijke ordening beter zullen kunnen beslissen. Als voorbeelden geeft men de bouw van een stadium met handelscentrum voor Club Brugge en de verbreding van het Schipdonkkanaal. Dat is echt niets afweten van de beleidsniveaus in dit land. Belangrijke dossiers van ruimtelijke ordening behoren altijd al tot de bevoegdheid van de federale, thans gewestelijke overheid. Dat zou niet anders zijn indien de stad Brugge zou worden uitgebreid tot het ganse arrondissement.

Fusies…zonder einde

Natuurlijk stellen zich soms nieuwe problemen die het gemeentelijk kader overstijgen. Ofwel moet de gemeente de mogelijkheid hebben om dit met de andere betrokken gemeenten samen te besturen en te beslissen (intercommunales, politiezones), ofwel moet een specifieke bevoegdheid aan de gemeenten worden ontnomen en door de provincie, desnoods door het gewest of door de federale regering, worden overgenomen.

Als men het heeft over het beleidsniveau dat voldoende omvang heeft om aan alle mogelijke bevoegdheden het hoofd te bieden, dan zal dat voor West-Vlaanderen volgens VOKA een half dozijn gemeenten zijn, ongeveer de maat van een arrondissement met een 200.000 inwoners. Welnu, men zal dan toch nog vaststellen dat een aantal bevoegdheden die gemeenten overstijgen. Men zegt bij VOKA ‘we willen eenheden zo groot als Gent’. Dat is echt alles door elkaar mengen. Hoe dan ook, men zal er niet van uit kunnen dat schaalvergroting bij de overheid een inflatie van personeel en kosten meebrengt. Zal men aan elk van die 6 gewenste gemeenten in West-Vlaanderen de 75 à 100 miljoen euro kunnen bezorgen die ze dan, net als Gent, bijkomend uit het Gemeentefonds moeten kunnen krijgen? Alleen het afschaffen van de provincie zal het verschil niet maken.

De redenering mist dus ernstige grond. Ze gaat ook aan de vaststelling voorbij dat het maken van grotere entiteiten het goede bestuur en de krachtige besluitvorming niet in de hand werkt. Denkt VOKA echt, om het bij het door haar geciteerde voorbeeld te houden, dat als Brugge gans het arrondissement zou opslorpen, er een vlottere beslissing zou komen in een zo heikel discussiepunt als een voetbalstadium met winkelcentrum?

Wie de redenering consequent volgt moet vaststellen dat er uiteindelijk beter geen gemeenten meer zouden zijn en alles door één provincie zou worden opgeslorpt. Maar na korte tijd zal men vaststellen dat ook de provincie voor sommige zaken te klein is. Dan maar alles naar het gewest overhevelen? Ja, en die zal dan ook, en dan zal België ook, te klein blijken en zal men het Europese niveau moeten aanspreken over sommige problemen (milieu of financiële crisis bvb.). De redenering consequent doortrekken toont meteen aan dat ze gek is.

Er is maar één goed denkspoor: de gemeenten moeten zo sterk mogelijk op eigen benen kunnen staan, in dienst van hun eigen bevolking. Voor alles wat hun petje te boven gaat, zijn er bovengemeentelijke organisaties en ook hogere overheden.

Afschaffing van de provincies?

Een al even gek idee is dat van de afschaffing van de provincies. De provinciale besturen zijn de nuttige, nodige en onontbeerlijke schakel tussen de gemeenten en de gewestelijke en federale overheid. Wie dat niet ziet, heeft vrees ik onvoldoende ervaring in overheidsmateries. In een provincie zoals West-Vlaanderen is de ‘sense of belonging’ groot. Een eigen identiteit koesteren is nuttig en nodig in deze wereld van globalisering en naamloosheid. De ruimte ontbreekt me hier om aan te tonen waarin de provincie een pluspunt is en waarom het gewest onmogelijk die zelfde rol kan spelen.

Conclusie

De provincie en de gemeenten zijn mans genoeg om zich te verdedigen tegen aanvallen. Als ik het van mijn kant doe, dan is het vanuit een lange ervaring en vanuit de bevoorrechte positie dat ik geen ‘belangen’ hoef te verdedigen, behalve het algemeen belang. Ik kan alleen maar de hoop uitspreken dat VOKA zeer vlug dit ‘vals goed idee’ naar de prullenmand zal verwijzen en realistischer en nuttiger voorstellen zal doen. Er is werk genoeg voor deze organisatie binnen de bedrijfswereld, zeker in een tijd van crisis. Zich vijanden maken in provincies en gemeenten is daarbij niet verstandig.

De voorstellen over fusies werden in de stadshallen van Brugge als ballonnetjes opgelaten. Net in de stad waar men van dergelijke praatjes zegt: ‘Zot zijn doet geen zeer’.

Andries Van den Abeele
is oud-schepen van financies en stadsvernieuwing van Brugge
en voormalig bestuurder van de Kamer van Koophandel Brugge.
(niet gepubliceerd maar naar een aantal beleidsmensen gestuurd).
Januari 2009.

www.andriesvandenabeele.net