Rijksarchief en KADOC

Het is begrijpelijk dat bij sommigen ontgoocheling kan ontstaan (DS 18 februari) omdat Leo Tindemans zijn archieven niet aan het Rijksarchief toevertrouwt. Het eerbiedwaardige Rijksarchief moet er zich van bewust zijn dat het soms wel eens tamelijk log is en de assertiviteit niet altijd aanwezig is (geweest) om archiefvormers op te sporen en aan te spreken.

Dat Leo Tindemans de voorkeur heeft gegeven aan het KADOC, instelling die nauw aansluit bij de universiteit waar hij zo lang heeft gedoceerd, is aannemelijk. Daarbij moet worden opgemerkt dat de privé-instellingen op gebied van archiefbewaring (naast andere archieven, zoals AMVC en SOMA, heeft iedere ‘zuil’ de zijne) dynamisch werken en vaak al heel vlug het archief openstellen dat hen is toevertrouwd, ook op het internet. Zo is de inhoud van het Archief en Museum van het Vlaams Cultuurleven volledig raadpleegbaar op het internet en is het een plezier vooraf de stukken te kunnen uitkiezen die men ter plaatse wil komen raadplegen. Bij het KADOC is, om één voorbeeld te noemen, de inhoud van het recente archief van senaatsvoorzitter Robert Vandekerckhove gedetailleerd op het internet terug te vinden. Ook een aantal gemeentelijke archieven doen lofwaardige inspanningen.

Het essentiële punt hierbij is dat belangrijke of interessante personen hun archief niet weggooien maar toevertrouwen aan een instelling die het bewaart en openstelt voor wetenschappelijk onderzoek. De door de overheid ondersteunde privé-instellingen doen dit even goed als het Rijksarchief. De bewaring is in beide gevallen verzekerd, maar, ook al doet het Rijksarchief in de recente jaren inspanningen, is er nog een kloof tussen wat hij ontsluit en digitaal en elektronisch aanbiedt voor onderzoek en wat door privé-instellingen wordt aangeboden.

Besluit van dit alles: geen reden tot onvrede. De privé-instellingen zijn finaal hulpkrachten voor het Rijksarchief. Indien één van hen zou ophouden te bestaan, zal het verzamelde archieffonds toch in de schoot van deze overheidsinstelling vallen.

Andries Van den Abeele
Brugge
(gepubliceerd in De Standaard, februari 2009)

www.andriesvandenabeele.net