Henri De Hoon

1850-1932

In Brugse controverses gewikkeld

De magistraat en rechtsgeleerde Henri De Hoon heeft als jonge man een korte maar bitsige rol gespeeld in Brugge. Marcel De Blieck heeft er aan herinnerd in het verhaal over de gebeurtenissen in 1881 rond de gebouwen van de ‘Congregaties’ in de West- en de Oostmeers . In de periode waarin De Hoon namens gouverneur Heyvaert optrad als bijzonder commissaris voor de ontruiming van de ‘congregatie’ in de Oostmeers (later bekend onder de naam ‘Germana’), was hij afdelingshoofd bij de provinciale diensten en kabinetschef van de gouverneur maar tevens advocaat bij de Brugse Balie. Tijdens zijn verblijf in Brugge woonde hij Zuidzandstraat 39, dicht bij het congregatiegebouw dat hij de opdracht kreeg te doen ontruimen. De Brugse episode tijdens welke De Hoon zowel advocaat was als provinciaal ambtenaar met delicate opdrachten, wordt in de biografische berichten over hem (huldeadressen bij zijn overlijden, krantenartikels, encyclopedieën en biografische woordenboeken) over het hoofd gezien, gewoon omdat niemand er weet van had of het zich herinnerde.

Henri De Hoon [Bassevelde 10/06/1850 – Elsene 1/07/1932] was de zoon van Edouard De Hoon, arts in Bassevelde en volbracht zijn middelbare studies bij de jezuïeten in Luik. In 1873 behaalde hij in Gent zijn doctoraat in de rechten en in 1875 zijn doctoraat in de politieke en administratieve wetenschappen. Hij liep stage bij de Balie van Gent en werd er advocaat. Toen hij einde 1879 naar Brugge verhuisde, was het op uitnodiging van Theodore Heyvaert (1834-1907), de uit Gistel afkomstige Brusselse procureur des konings die in augustus 1878 gouverneur van West-Vlaanderen was geworden en die hem als vertrouwensman bij zich wilde hebben. De sfeer binnen het provinciaal bestuur was niet gunstig tegenover de radicaalliberale gouverneur, zodat hij de behoefte voelde als naaste medewerker een geestesgenoot te hebben op wie hij volledig kon vertrouwen.

De Hoon trouwde rond de tijd dat hij naar Brugge kwam met Jenny De Man (1859-1921). Zij was de dochter van de Brusselse arts Eugène De Man (1834-1886) en van Georgine Heyvaert (1840-1922), de zus van de gouverneur. Gouverneur Heyvaert was dus de oom van De Hoon. De vader van beide Heyvaerts was de in Mechelen geboren Theodore Heyvaert (1803-1873), zoon van belastingsinspecteur Theodore Heyvaert. Na zijn schoonvader Pierre De Busschere was Heyvaert bijna veertig jaar notaris geweest in Gistel, waar hij ook liberaal burgemeester werd en tevens provincieraadslid. Zijn schoonbroer Auguste De Busschere (1811-1884) was een invloedrijke notaris en liberale politieke mandataris geworden in Brugge.

Meteen na zijn aankomst in Brugge liet De Hoon zich inschrijven als advocaat bij de Brugse Balie. Cumul met een ambtenarenfunctie mocht eigenlijk niet, maar werd gedoogd en pas vanaf 1889 door de Brugse balie definitief geweigerd. Onder meer stadsarchivaris Louis Gilliodts-Van Severen, stadsbibliothecaris Gustave Claeys en provinciedirecteur Jules Roger werden toen, tegen hun zin, van het ‘tableau’ geschrapt. De beide activiteiten van ambtenaar en advocaat hield de jonge De Hoon niet lang vol. Bij de provinciale diensten, waar de strijd woedde tussen de liberale gouverneur en de katholieke bestendige deputatie, zag hij geen toekomst. Heyvaert maakte zich gehaat en het was duidelijk dat hij het als gouverneur niet lang zou volhouden. Anderzijds, een advocatenloopbaan in een stad waar hij een geringe en vooral controversiële bekendheid had, zag De Hoon evenmin zitten. In principe was er natuurlijk, naast de nogal talrijke gematigde liberale advocaten, wel enige ruimte voor een radicale liberaal zoals hij, maar die ruimte was toch al in grote mate ingenomen door o. m. de advocaten Alphonse Meynne en Gustave Jacqué. Ook uitgesproken Vlaamsgezinde liberale advocaten waren er al, o. m. Alfred Coppieters ’t Wallant en Karel De Poortere.

De wijze waarop ‘den rosten De Hoon’ in de katholieke kranten werd aangepakt naar aanleiding van zijn optreden om de toepassing van een bijzonder gecontesteerde wetgeving af te dwingen, toonde alvast duidelijk aan wat hem te wachten stond eenmaal de gouverneur de plaats zou moeten ruimen. De Hoon vertrok dan maar naar Brussel waar de homogeen liberale regering en de liberale minister van Justitie, Jules Bara, hem betere perspectieven konden bieden. In februari 1882 werd hij substituut van de procureur des konings in Brussel, in 1900 substituut van de procureur-generaal, in 1903 advocaat-generaal en in 1918 eerste advocaat-generaal. Hij werd ook hoogleraar aan de Université Libre de Bruxelles, waar hij in het Nederlands strafrecht en strafrechtspleging doceerde.

De familie De Hoon

De Hoon behoorde tot een liberaal zeer geëngageerde familie. Zijn broer Victor De Hoon (1848-1902) werd in Brussel arts en letterkundige en was nauw verbonden met het Willemsfonds. Hun grootvader Judocus-Frans De Hoon (Gent 1787 – Evergem 1867) was, naast vrederechter, ook arts en burgemeester van Kaprijke. Hij werd beschouwd als de ‘vader’ van zijn inwoners. Hij publiceerde naamloos tal van gedichten en verhalen, die pas na zijn dood onder zijn naam werden gebundeld. Judocus was getrouwd met Maria Praet (1790-1823), uit een Kaprijkse handelaarsfamilie. Naast Edouard had het echtpaar nog vier kinderen, onder wie Adolf, Constance en Virginie. Adolf De Hoon (1820-1903), ingenieur van Bruggen en Wegen, was liberaal gemeenteraadslid (1861-1884) en schepen (1881-1884) van de stad Veurne. Bij zijn overlijden werd gemeld dat hij ‘beschermlid van al de vrijzinnige maatschappijen der stad’ was. Hij werd uiteraard burgerlijk begraven en zowel Gillis Minnaert, voorzitter van het Willemsfonds als professor Paul Fredericq behoorden tot de grafredenaars. Constance De Hoon (1818-1908) trouwde met Jacob Heremans (1825-1884), hoogleraar Nederlandse letterkunde en liberaal politicus, onder meer als schepen, in Gent. Virginie De Hoon trouwde met Karel Lodewijk Ledeganck (1805-1847), de romantische dichter van ‘De Drie Zustersteden’, provinciale inspecteur van het lager onderwijs en hoogleraar (zonder leeropdracht) in Gent. Hij was achtereenvolgens griffier en plaatsvervangend vrederechter in Kaprijke en (na studies in de rechten) vrederechter in Zomergem. Naast zijn literaire werk vertaalde Ledeganck ook de ‘Code Napoleon’ of Burgerlijk Wetboek in het Nederlands, onderneming die in 1899 door Henri De Hoon werd geactualiseerd en heruitgegeven.

Vlaams rechtsgeleerde en Brusselse kringen

De Hoon was de drijvende kracht voor de vertaling in het Nederlands van verschillende andere wetboeken (grondwet, strafwetboek, provinciewet, gemeentewet) en schreef veel rechtskundige bijdragen, in het Frans en het Nederlands. Hij verrichte belangrijk werk op het gebied van de wetgeving over jeugdbescherming en jeugdrechtbanken. In 1897 stond hij mee aan de wieg van het Rechtskundig Tijdschrift en in 1898 was hij medestichter van de Bond der Vlaamsche rechtsgeleerden, waar hij vanaf 1912 ondervoorzitter en de twee laatste jaren van zijn leven voorzitter van was. In 1931 behoorde hij tot de stichters van het Rechtskundig Weekblad. Na zijn emeritaat in 1922 werd hij voorzitter van de Centrale commissie voor Nederlandse rechtstaal en bestuurstaal. In de Vlaamsgezinde juridische middens werd en wordt hij terecht geprezen omwille van zijn inspanningen voor de vernederlandsing van het recht en de rechtsbedeling. In gezinsverband sloot De Hoon echter aan bij de Franstalige burgerij in Brussel.

Het gezin De Hoon – Heyvaert had drie dochters, Marguerite (ongehuwd gebleven), Yvonne en Georgine. Yvonne De Hoon (1881-1966) trouwde met ingenieur en jeneverstoker Edouard Carbonnelle (1880-1960), zoon van de burgemeester van Doornik. Hun zoon Victor Carbonnelle (1911-2001) werd jeneverstoker in het familiebedrijf in Doornik en voorzitter van de Handelskamer van Doornik. Hun tweede zoon, Claude Carbonnelle (1920-2007), hoogleraar economie aan de ULB (voordien secretaris van het gouvernement generaal in Belgisch Congo en directeur-generaal van Fabrimetal), trouwde met Myriam Van Remoortel (1921-2001), dochter van de Brusselse volksvertegenwoordiger (1919-1925) en senator (1937-1961) William Van Remoortel (1888-1965), eerst verkozen door de ‘Parti des combattants’ en vervolgens door de Belgische Werkliedenpartij. Hun dochter Beatrice (°1949) trouwde met Georges Walckiers (°1945) die opklom tot algemeen directeur bij de bank ING België, van wie de zoon Alexis Walckiers (°1976) dit jaar doctor in de economische wetenschappen werd aan de ULB. De zoon van Claude Carbonnelle, Jean-Edouard Carbonnelle (°1953) is thans CFO van de vastgoedvennootschap Cofinimmo in Brussel. De andere dochter van Henri De Hoon, Georgine De Hoon (1887-1966) trouwde met de Fransman Lucien Kolb (1884-1968), beheerder van vennootschappen en zoon van Xavier Kolb, stichter van de thans nog steeds in de Elzas actieve Banque Kolb. Hun dochter Monique Kolb (1922-2002) werd Franse golfkampioene. Een hele afstand dus vanaf de Basseveldse en Gistelse ‘roots’.

Het echtpaar Henri De Hoon bracht de vakantiemaanden jaarlijks in Gistel door, waar de familie Heyvaert een eigendom bezat en werd ook daar begraven. De familiale evolutie verklaart waarom op de graftombe ‘Premier Avocat Général près la Cour d’Appel’ is gebeiteld.

Andries Van den Abeele

Archief van de Orde van Advocaten, Langestraat, Brugge – De Blauwe Wie is Wie , Liberaal Archief, Gent, - www.geneanet.org, pagina’s De Hoon en Carbonnelle -  J. STECHER, Judocus-Frans De Hoon, Biographie nationale, T. IX, 1886, 455-459 – In memoriam A. J. F. De Hoon, 18 februari 1820 – 2 oktober 1903, Veurne, Drukkerij Camille Brunein, z. d. [1903] - Rouwhulde Henri De Hoon door Henri PUTTEMANS, Hendrik BORGINON, Eduard JOLY, Leon CORNIL, Eugène SOUDAN, W. DRIES, Joseph PHOLIEN (zie bibliografische referenties in R. M. Depuydt hierna) – Eug. DE SEYN, Dictionnaire biographique des sciences, des lettres et des arts en Belgique, Brussel, 1935, blz. 258 - Willy VAN HILLE, Histoire de la famille Van Hille, Tablettes des Flandres, Recueil 4, Brugge, 1954, blz. 277-78 – Luc SCHEPENS, De provincieraad van West-Vlaanderen, Tielt, 1976, blz. 386-388 en 510 – Lut TROCH, Henri De Hoon, Nationaal Biografisch Woordenboek, Dl. X, 1983, 261-63 - Herman VAN GOETHEM (red.), Honderd jaar Vlaams rechtsleven, Gent, 1985 - Guy SCHRANS, Vrijmetselaars te Gent in de XVIIIde eeuw, Gent, 1997, blz. 207 - Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998, lemma’s De Hoon (Herman VAN GOETHEM), Heremans (Ludo VALCKE), Ledeganck (Ada DEPREZ) – Raoul M. DEPUYDT, Henri De Hoon, VWS-cahiers 209, 2002 – Andries VAN DEN ABEELE, De geschiedenis van de Brugse Balie (1810-1950) (in voorbereiding).

(gepubliceerd in Biekorf 2009, blz. 40-44)


Marcel DE BLIECK, De congregaties in de West- en Oostmeers te Brugge, Biekorf, 2008, blz. 329-335
www.andriesvandenabeele.net