Marcus Gerards v.z.w.

Brugge

 

College van Burgemeester en Schepenen
Stadhuis
Burg, 11

Brugge, 6 maart 2008

Geacht College,

Betreft : Bouwaanvraag door N.V. Projekt Planning De Groote, Troonstraat 60 8400 Oostende Brugge tot het verbouwen en bouwen van hotel met parking op het perceel waarop de beschermde gebouwen ‘Fransch Schild’, ‘Zeven Torens’ en ‘Casselberg’ zijn gelegen.

Als vereniging die zich tot doel stelt de historische stad Brugge en zijn patrimonium te beschermen, en dus rechtstreekse belanghebbende, tekenen wij eens te meer bezwaar aan tegen de bovengemelde bouwaanvraag en verzoeken wij ze niet te vergunnen. Wij verwijzen trouwens naar vorige bezwaren bij vorige aanvragen (door andere aanvragers) waar we nooit een afdoende antwoord op ontvingen. Onze bezwaren hiertegen zijn de volgende:

  1. Principieel dient deze bouwaanvraag, wat betreft de bestemming als hotel, te worden geweigerd. Het is nu meer dan twaalf jaar geleden dat het stadsbestuur, na een belangrijke en door een aanzienlijk deel van de bevolking ondersteunde campagne onder het motto ‘S.O.S. voor een leefbaar Brugge,’ besliste een volledige bouwstop op te leggen voor alle nieuwe hotels in de binnenstad. Deze bouwstop werd door uw bestuur in een beleidsverklaring bevestigd. De redenen voor een dergelijke stop zijn duidelijk: de historische binnenstad dreigt ten prooi te vallen aan de unifunctionaliteit van hotellerie, in tegenstrijd met een behoorlijk stedenbouwkundig beleid.

    De stop is weliswaar voor wat betreft bestaande hotels zodanig omzeild dat sindsdien al honderden hotelkamers zijn bijgekomen, enerzijds door uitbreiding van bestaande hotels, anderzijds door zogenaamd ‘vroegere toezeggingen’. Reden te meer om minstens de hand te houden aan de hotelstop voor wat betreft nieuwe hotels. Het argument om ook hieraan een mouw te passen, door voor te houden, zoals in het hier behandelde geval, dat geen andere bestemmingen mogelijk zijn, houdt geen steek.

    In een omgeving van minder dan honderd meter staan trouwens in en om de Hoogstraat al zodanig veel hotels dat men door het bijvoegen van opnieuw een groot hotel flink op weg is om deze wijk volledig over te leveren aan één enkele functie, wat op zichzelf een aanval betekent op een goede stedenbouwkundige aanleg.

    In de bespreking vanwege de diensten vonden we trouwens in het dossier de passende argumentatie, waar geschreven werd dat het ontworpen hotel “het begrip kleinschaligheid overschrijdt (minder dan 40 kamers), zoals gesteld in de uitzonderingscriteria van het beleid hotelstop”. In plaats van hier op in te gaan en dus uw eigen richtlijnen hoog te houden, stellen we vast dat u integendeel nog een aanzienlijker aantal kamers wil toelaten dan het al overdreven aantal in het vorige ontwerp.

  2. De volgende bezwaren die wij uiten zijn van stedenbouwkundige aard. De vooropgestelde bouwvolumes en de bouwhoogte overstijgen immers de gemeentelijke bouwverordening en de V/T verhouding overschrijdt méér dan aanzienlijk hetgeen in de binnenstad en méér bepaald op deze historische plek  toelaatbaar is.

    Wat de aanwezige achterliggende en ondertussen gesloopte gebouwen betreft, hebben we van u nooit antwoord gekregen op onze vraag of die ooit na het verkrijgen van een bouwvergunning zijn gebouwd, of door de toenmalige RTT gewoon zonder vergunning zijn opgericht, waaruit zou kunnen worden besloten dat geen enkele aanspraak kan worden gemaakt op recht tot vervangende nieuwbouw.

    Het moet in ieder geval uitgesloten worden dat de nu al overbelaste grondbezetting nog verder wordt verhoogd. Men voorziet immers een aanzienlijke toename van bebouwde oppervlakte en van volume, zonder dan nog te rekenen met de ondergrondse bouwwerken.

    Een tweede element dat op geen enkele wijze binnen de bestaande gemeentelijke bouwreglementen is in te passen, betreft de hoogte, het volume en het aantal bouwlagen van de nieuwbouw. Ze worden in het nieuwe ontwerp vakkundiger weggemoffeld, maar ze zijn er niettemin en overstijgen op aanzienlijke wijze de bestaande historische gebouwen.

    Hoewel we het beter hadden gevonden indien het stadsbestuur en de vergunnende hogere overheid (RO, monumenten en landschappen) principieel de weg hadden versperd voor zo een onzinnige inplanting, waren oorspronkelijk alvast voorwaarden gesteld die het vergunnen van het voorliggende ontwerp onmogelijk maakten. In het dossier lazen we immers: “Nieuwbouw moet beperkt van omvang blijven en zich discreet opstellen ten aanzien van het historisch patrimonium: het volume van de telefooncentrale mag geenszins overschreden worden”. (Met ‘telefooncentrale’ wordt, nemen we aan, het wit gepleisterde gebouw bedoeld, dat zich achter het huis Calis bevindt). Er was ook nog in de bouwvoorwaarden vermeld: “In elk geval kan en mag het bestaande volume onmogelijk overschreden worden”. Hiervan blijft uiteindelijk weinig over.

    Aangezien hieraan op geen enkele wijze wordt voldaan, nemen we aan dat dit op zich al een doorslaggevende reden zal zijn om de bouwvergunning te weigeren.

  3. Ons derde argument betreft de architectuur. Het is uiteraard een onmogelijke taak voor een ontwerper om een passende uitdrukking te geven aan een gebouw dat hoe dan ook in wanverhouding staat tot de plek waar het moet komen. We willen wel toegeven dat het thans voorgestelde ontwerp heel wat beter is dan het vorige. Maar zelfs de meest talentvolle architect kan niet goedmaken wat aan de basis onbeheersbaar is: een veel te zwaar volume en programma op een veel te geringe oppervlakte. Dit kan nooit goed komen.

    Wij zouden hierover nog verder kunnen argumenteren, maar aangezien het gebouw zoals het wordt voorgesteld, hoe dan ook niet vergunningsvatbaar is, zullen we dit in huidige termijn niet doen.

  4. Bijkomend hebben we bezwaren tegen de voorgestelde ondergrondse parkeerruimte, die overdreven is, net zoals het gehele ontwerp.

    We willen ten overvloede nog verwijzen naar de aanzienlijke overlast die een dergelijke parking zal betekenen voor de Meestraat en andere aanpalende straten. Er ontbreekt in het dossier een rapport over de hinder en last die zal worden berokkend.
    Zowel voor de ondergrondse parking als voor de nieuwbouw met betonskelet wordt op geen enkele wijze aangeduid hoe zal vermeden worden dat schade wordt berokkend door deze brutale constructieve ingrepen op de naastliggende historische en kwetsbare constructies.

  5. Er zijn ook nog ten slotte enkele vormelijkheden die ons bezwaar ondersteunen. De bouwaanvraag beperkt zich tot Hoogstraat 6, kadasternummer 1085 (Casselberg). Het heeft dus blijkbaar geen betrekking op Hoogstraat 8 en kadasternummer 1084 (Zeven Torens en Fransch Schild). Er is daarbij een aanvraag tot ‘verbouwen’ van de bestaande gebouwen, daar waar men moet aannemen dat het minstens om zorgvuldige restauratie moet gaan. We vragen ons ook af of de affiches wel de ganse maand op een zichtbare plek aanwezig waren. Ze zien er op heden merkwaardig ‘nieuw’ uit.

Al deze argumenten zijn van die aard dat, na al wat hierover al zoveel jaren in Brugge is besproken en geconcludeerd, het verbazend is dat het stadsbestuur zelfs maar de mogelijkheid heeft gelaten een dergelijk megaproject bespreekbaar te maken, in plaats van de bouwheren onmiddellijk te wijzen op de onmogelijkheid ervan.

Om al deze redenen, en andere die in de loop van de procedure nog kunnen worden naar voor gebracht, verzoeken we het College van burgemeester en schepenen de gemelde bouwaanvraag te weigeren.

Wij verblijven, Geacht College,

                                                           met bijzondere hoogachting,

Andries Van den Abeele
voorzitter
13, Wollestraat
8000 BRUGGE

www.andriesvandenabeele.net