S.O.S. voor een leefbaar Brugge

 

College van Burgemeester en Schepenen
Stadhuis
Burg, 11

Brugge, 23 maart 2008

Geacht College,

Betreft : Aanvraag tot het verbouwen van de historische panden Zeven Torens en Casselberg, Hoogstraat 4-6, Brugge, aangevraagd als ‘het verbouwen van een bestaand voorgebouw tot hotel en het bouwen van een hotel op de plaats van een gesloopt achtergebouw’ door de n.v. Projekt Planning De Groote, Oostende

Als vereniging die zich tot doel stelt de leefbaarheid van de historische stad Brugge te bevorderen en rechtstreekse belanghebbende, tekenen wij bezwaar aan tegen de bovengemelde bouwaanvraag en verzoeken wij ze niet te vergunnen. Reeds drie jaar geleden, begin maart 2005, hebben we onze bezwaren geformuleerd tegen een bouwaanvraag, toen ingediend door de n.v. Groenerei Projects. U hebt, zonder ons hierover uw beweegredenen mee te delen, toch de bouwvergunning afgeleverd. Op basis van deze vergunning (nemen we aan) is men thans aan de opruimingswerken begonnen, zowel door afbraak van de recente RTT-gebouwen en het uitgraven van de grond als door het aanvatten van werkzaamheden aan de geklasseerde gebouwen. De nieuwe aanvraag heeft betrekking op de nieuwbouw die verschillend en aanzienlijker zal zijn dan de vergunde. Onze bezwaren hiertegen zijn de volgende:

  1. Principieel dient deze bouwaanvraag, wat betreft de bestemming als hotel, te worden geweigerd. Het is nu vijftien jaar geleden dat het stadsbestuur, na een belangrijke en door een aanzienlijk deel van de bevolking ondersteunde campagne onder het motto ‘S.O.S. voor een leefbaar Brugge,’ besliste een ‘volledige’ bouwstop op te leggen voor alle nieuwe hotels in de binnenstad. Deze bouwstop werd door het huidige bestuur in een beleidsverklaring bevestigd. De redenen voor een dergelijke stop zijn duidelijk: de historische binnenstad dreigt ten prooi te vallen aan de eenzijdigheid van de hotelfunctie, in tegenstrijd met een behoorlijk stedenbouwkundige beleid.

    Nochtans is de stop voor wat betreft bestaande hotels zodanig omzeild, dat er sindsdien al honderden hotelkamers zijn bijgekomen. Reden te meer om minstens de hand te houden aan de hotelstop voor wat betreft nieuwe hotels. Het argument om ook hieraan een mouw te passen, door voor te houden dat vroeger toegezegde oprichtingen van nieuwe hotels, behouden blijven, of zoals in het hier behandelde geval dat geen andere bestemmingen mogelijk zijn, houdt geen steek.

    In een omgeving van minder dan honderd meter staan in en om de Hoogstraat al zodanig veel hotels dat men door het bijvoegen van nogmaals een groot hotel, flink op weg is om deze wijk volledig over te leveren aan één enkele functie, wat op zich een aanval betekent op een goede stedenbouwkundige aanleg.

    In de bespreking vanwege de diensten in 2005 vonden we trouwens in het dossier de passende argumentatie, waar geschreven werd dat het ontworpen hotel “het begrip kleinschaligheid overschrijdt (minder dan 40 kamers), zoals gesteld in de uitzonderingscriteria van het beleid hotelstop”.

    Wij putten argumenten voor onze bezwaren uit uw eigen beleidsnota 2001-2006, waarin u hebt geschreven: “Brugge moet verder uitgebouwd worden als een leefbare stad. Voor de binnenstad blijft het behoud en de versterking van de woonfunctie de belangrijkste doelstelling”. Wat betreft de hotels hebt u anderzijds als beleidsprincipe kenbaar gemaakt: “...er worden geen nieuwe grootschalige hotels meer toegelaten in de binnenstad – Nieuwe initiatieven in de rand en kleinschalige initiatieven in de binnenstad zullen zeer selectief worden onderzocht – onder kleinschalige initiatieven wordt verstaan een beperkte uitbreiding van bestaande hotels en verbouwing van panden die zich niet tot een normale woonfunctie lenen”. Het bouwen van een grootschalig hotel, waarbij het hoofdzakelijk gaat om het bouwen van volledig nieuwe constructies, beantwoordt derhalve op geen enkele manier aan uw eigen vooropgestelde beleidsvisie. We begrijpen dan ook niet waarom u het tot in de fase van de bouwaanvraag hebt laten komen, daar waar het duidelijk moest zijn dat u niet anders kon dan deze te weigeren.

    Wat daarbij werkelijk onbegrijpelijk en onverantwoord is, is dat in tegenstelling tot wat uw eigen bevindingen en besluiten uit het verleden zijn, u niet alleen niet binnen de bescheiden perken bent gebleven die u hebt vooropgesteld, maar dat u die opnieuw en in overtreffende mate overschrijdt, door thans tot 125 hotelkamers toe te laten. Geen wonder dat er geen begeleidende nota vanwege uw diensten meer in het dossier aanwezig is. De afwezigheid ervan spreekt boekdelen.

  2. Ter volledigheid, vermelden we onze bezwaren van stedenbouwkundige aard. De vooropgestelde bouwvolumes en de bouwhoogte overstijgen immers de gemeentelijke bouwverordening en de V/T verhouding overschrijdt aanzienlijk hetgeen op deze plek toelaatbaar is.

    Wat de ondertussen verdwenen achterliggende gebouwen betreft, hebben we nooit antwoord van u ontvangen betreffende ons vermoeden dat de meer recente onder hen (de toenmalige mentaliteit van een overheidsdienst zoals de RTT in acht nemende) zonder bouwaanvraag werden opgericht. In dit geval waren ze een voortdurend misdrijf en konden niet als een verworven recht worden beschouwd, zodat bij afbraak geen recht ontstond. We herhalen dan ook ons vermoeden dienaangaande. Het lijkt ons wenselijk dat u de toekenning of niet van bouwvergunningen zou nagaan en hieruit conclusies zou trekken.

    Het moet in ieder geval uitgesloten worden dat de tot hiertoe al overbelaste grondbezetting nog verder zou worden verhoogd. Men voorziet immers een toename van bebouwde oppervlakte van 8.345 m² naar 10.207 m² (+ 1861 m²) en van volume van 35.272 m³ naar 39.963 m³ (+ 4.691 m³). In werkelijkheid zal de vermeerdering ongetwijfeld nog méér bedragen, gezien bij dergelijke berekeningen parkings en andere utiliteiten niet worden meegerekend.

    Een tweede element dat op geen enkele wijze binnen de bestaande gemeentelijke bouwreglementen is in te passen, betreft de hoogte en het volume van de nieuwbouw. Er worden vijf tot zelfs zes bouwlagen voorzien, met als gevolg dat hier een volume tot stand komt dat op aanzienlijke wijze de bestaande gebouwen, meer bepaald de historische gebouwen, overstijgt. Men heeft aanzienlijke pogingen aangewend om het veel te grote aantal bouwlagen te verbergen, maar dat zal onvermijdelijk niet lukken.

    Het stadsbestuur en de vergunnende hogere overheid (AROHM, monumenten en landschappen) hebben destijds voorwaarden gesteld die het vergunnen van het voorliggende ontwerp onmogelijk maken. In het vroegere dossier lazen we immers: “Nieuwbouw moet beperkt van omvang blijven en zich discreet opstellen ten aanzien van het historisch patrimonium: het volume van de telefooncentrale mag geenszins overschreden worden”. Er werd ook nog in de bouwvoorwaarden vermeld: “In elk geval kan en mag het bestaande volume onmogelijk overschreden worden”. Hoe de vermeerdering met 4.691 m3 anders kan uitgelegd worden dan als een volumevermeerdering dient als een mysterie te worden beschouwd.

    Aangezien op geen enkele wijze aan de eigen gestelde voorwaarden wordt voldaan, nemen we aan dat ook dit op zich al een doorslaggevende reden zal zijn om de bouwvergunning te weigeren.

  3. Ons derde argument is van architecturale aard. Het is uiteraard een onmogelijke taak voor een ontwerper om een passende uitdrukking te geven aan een gebouw dat hoe dan ook buiten alle verhouding staat tot de plek waar het moet komen. Dit kan nooit goed komen.

    We gaan hier niet verder op in, omdat het ons zo overduidelijk lijkt dat, ondanks de geleverde inspanningen, het buitenschalige gebouw zal worden opgetrokken in materialen en met een vormentaal die op één van de cruciale plekken van de Brugse binnenstad volkomen misplaatst zijn.

    Wij zouden hierover nog verder kunnen argumenteren, maar aangezien het gebouw zoals het wordt voorgesteld, hoe dan ook niet vergunningsvatbaar is, zullen we dit in huidige termijn niet doen. Over het vorige ontwerp oordeelden uw diensten: “bovenmaats, te uniform, te dominant in deze kwetsbare omgeving”. Er steekt thans geen beoordeling in het dossier, maar we kunnen moeilijk aannemen dat het deze keer anders zou zijn.

  4. Bijkomend hebben we bezwaren tegen de voorgestelde ondergrondse parkeerruimte, die men maximaal wil bruikbaar maken door de toegang via een lift te voorzien als zogenaamde ‘valetparking’. De stadsdiensten hebben destijds bij voorbaat meegedeeld dat dit een onaanvaardbare oplossing was, en ook hierdoor moet dus ongetwijfeld de aanvraag worden geweigerd.

    We willen ten overvloede nog verwijzen naar de aanzienlijke overlast die een dergelijke parking zal betekenen voor de Peerdenstraat en andere aanpalende straten. Er ontbreekt in het dossier een rapport over de hinder en last die zal worden berokkend.
    Zowel voor de ondergrondse parking als voor de nieuwbouw met betonskelet wordt op geen enkele wijze aangeduid hoe zal vermeden worden dat schade wordt berokkend door deze brutale constructieve ingrepen op de naastliggende historische en kwetsbare constructies.

  5. Wat betreft het cruciale element in dit dossier, namelijk de historische gebouwen, zullen we hier niet terugkeren op onze talrijke vroegere bezwaren over de gang van zaken. We kunnen alleen maar hopen dat de werken die thans zijn aangevat, en die ons de indruk geven wel erg drastisch te zijn, het gebouw niet fundamenteel zullen aantasten en de restauratie tot een goed einde zullen brengen. Het inbrengen binnen de historische gebouwen van 45 hotelkamers, naast alle andere algemene diensten en faciliteiten doet ons het ergste vrezen wat betreft de wijze waarop men het gebouw aanpakt.  

Al deze argumenten maken dat, na al wat hierover al zoveel jaren in Brugge is besproken en geconcludeerd, het verbazend is dat het stadsbestuur zelfs maar de mogelijkheid heeft gelaten een dergelijk megaproject bespreekbaar te maken, in plaats van de ontwikkelaars onmiddellijk te wijzen op de onmogelijkheid ervan.

Om al deze redenen, en andere die in de loop van de procedure voor de bevoegde rechtscolleges kunnen worden naar voor gebracht, verzoeken we het College van burgemeester en schepenen de gemelde bouwaanvraag te weigeren.

Wij verblijven, Geacht College,

                                                           met bijzondere hoogachting,

Correspondentieadres: Veldmaarschalk Fochstraat, 75, 8000 Brugge

www.andriesvandenabeele.net