Terrassen in Brugge

Terrassen en horeca horen bij elkaar. In Brugge zoals elders, zowel tot nut van de eigen bevolking als voor het toerisme. Op een terras zitten bij mooi weer behoort tot de aangenaamheden van het leven.

Het belet niet dat dit geordend dient te worden. Het gaat immers om een inname van de openbare weg en de overheid heeft de plicht te waken over een goede organisatie en het recht huurgeld voor deze inname te innen. Bovendien, in een stad die er prat op gaat tot het ‘werelderfgoed’ te behoren, dienen elementen van esthetiek en ‘stedenschoon’ altijd bij voorrang aan bod te komen.

SOS voor een leefbaar Brugge heeft er jaren geleden al op gewezen dat sommige evoluties wat betreft terrassen in Brugge zorgwekkend waren. Het is er de recente jaren nog niet op verbeterd. Daarom hierna enkele suggesties voor een betere aanpak en reglementering.

Vooreerst dient er op gewezen dat het openbaar domein er niet is om zomaar te worden ingepalmd. Dit moet ‘met redens en manieren’ gebeuren. Vooral in een stad waar het toerisme dreigt door sommigen te worden aanzien als een ‘kip met gouden eieren’ waarvoor alles moet wijken, dient daar scherp te worden op toegezien.

Toen terrassen begonnen op te duiken, was dit, ongeveer een eeuw geleden, heel beperkt. Bij horecazaken op de Markt verscheen een bescheiden terras met plankenvloer en een zonnetent. In de loop van de jaren is dit zich in oppervlakte en in hoeveelheden aanzienlijk gaan uitbreiden, ook op andere plekken dan op de Markt.

Er zijn hierbij enkele voorwaarden te stellen, waar het stadsbestuur vooral aandacht moet voor hebben, onder meer:

  1. dat zoveel als mogelijk plankenvloeren worden vermeden: in veel gevallen is een gewone inname van de straatvloer meer dan voldoende;
  2. dat het gebruikte meubilair (tafels, stoelen, parasols, vloerbekleding, verlichting, tafelgerei en –versiering) voldoet aan voorwaarden wat betreft esthetiek, kwaliteit, elegantie, kleur en harmonie met de omgeving;
  3. dat zoveel mogelijk zijwanden en afsluitingen met allerhande houten of glazen toestanden en bloembakken (vaak met namaakbloemen) worden geweerd;
  4. dat geen grotere inname van het wegdek wordt toegelaten dan ten aanzien van de andere weggebruikers aanvaardbaar is;
  5. dat aandacht wordt besteed aan de toestand van het openbaar domein tijdens sluitingsdagen: veel uitbaters stapelen tafels en stoelen op elkaar en doen er gewoon een ketting rond, daar waar dit meer dan ontsierend uitzicht zou moeten verboden worden; bij sluitingsdagen zouden tafels en stoelen moeten worden binnen in de gelagzaal gezet.
  1. De Markt

Van de oorspronkelijke bescheiden terrassen, is men geëvolueerd tot stevige bouwwerken, die, met zijwanden en verwarmingsapparatuur, niet ver meer verwijderd zijn van gesloten terrassen.

Sinds een aantal jaren en vooral sinds het verkeersarm maken van de Markt, is er vóór de vaste terrassen nog een supplementaire hoeveelheid weginname gebeurd, op de straatvloer of met een plankenvloer. Het geheel wordt aan de voorkant afgesloten met allerhande ‘muurtjes’ en plantentoestanden, met er vóór  en er bovenop ook nog reclameborden.
Die uitbreiding is niet speciaal storend voor de weggebruikers, maar men mag toch wel aannemen dat met de huidige inname een maximum is bereikt.

Op één plek op de Markt is er overbezetting, en dat is voor het Belfort. De uitbreiding van de paar horecazaken aldaar met een tweede terras naast het eigenlijke terras is er te veel aan en wordt trouwens alleen maar op topdagen ook echt bezet. Blijkbaar dient het vooral als ‘lokmiddel’ voor het echte terras.

Een te overwegen mogelijkheid – en die geldt voor de meeste terrassen op pleinen – is dat men ze tot de oppervlakte zou herleiden die voor een normaal gebruik voldoende is, maar dat bij mooi weer en grote drukte tijdens het hoogseizoen, tijdelijk en aan een aangepast (dag)tarief, tafels en stoelen zouden mogen worden toegevoegd. Thans wordt al te veel, voor het ganse seizoen, een opstelling gedaan, die slechts nu en dan volle nut heeft.

  1. Burg

In de jaren zeventig is met grote aarzeling een bescheiden terras vergund voor de toenmalige ‘Tom Pouce’. Dit terras heeft steeds maar uitbreiding genomen en is uiteindelijk een nogal dominerende plaats gaan innemen op dit mooie plein dat eigenlijk beter geen of zo weinig mogelijk commerciële activiteit zou herbergen. Minstens zou het voorgedeelte beter verdwijnen en zou het vaste terras wat ‘lichter’ mogen worden opgevat. Met alle afschermingen die er worden op aangebracht, is het niet ver meer af van een gesloten terras.

Het terras van de Crown Plaza is, tegen de reglementen in, een gesloten bouwwerk, met dan nog eens een open terras ervoor. Ook hier zou een afstemming op de algemene regel wenselijk zijn.

  1. Eiermarkt

Van jaar tot jaar zijn de terrassen op de Eiermarkt steeds maar méér van de ruimte gaan innemen, zodat het soms nog moeilijk wordt om er als voetganger door te geraken. Hier moeten duidelijk beperkingen worden opgelegd.

  1. Huidevettersplein

Ook op het Huidevettersplein, een plek van aanzienlijke passage van toeristen, is teveel openbare weg opgeofferd aan terrassen. Daarbij is hier, méér dan op de Eiermarkt, het fenomeen aanwezig van het kitscherig ‘verkavelen’ van het plein. Daar moet beperking worden op gezet.

  1. Sint-Amandstraat

De terrassen zijn in deze straat talrijk, maar niet aanzienlijk in omvang. Ze geven vooral een eerder slordige indruk.

  1. Simon-Stevinplein

Op dit plein geldt hetzelfde als voor Eiermarkt en Huidevettersplein: veel te grote inname van het openbaar domein. Wat baat het pleinen verkeersvrij te maken als men er onmiddellijk zo een ‘janboel’ van tafels, stoelen, parasols en afbakeningstoestanden laat neerpoten?

  1. Jan van Eyckplein

Zelfde bemerking, in iets mindere mate, als voor 6.

  1. Walplein

Zelfde bemerking.

  1. Wijngaardstraat

Ook hier zou men best, vooral in de aanloop naar het Begijnhof, waakzaam zijn dat alles binnen de perken blijft. Tafels en stoelen aan de linkerkant van de weg die naar de ingang van het Begijnhof leidt, zijn er teveel aan.

  1. Oud Sint-Jan

De zeer grote omvang van het terras, met dit ‘bataljon’ van zware tafels en ‘zetels’ en met abnormale parasols, lijkt overdreven en zou tot meer aanvaardbare proporties moeten herleid worden.

  1. Kasteel Minnewater

Op deze plek en op die manier had men nooit een terras mogen vergunnen, zeker niet met een dergelijke omvang, die bijzonder storend is in het nogal unieke kader van het Minnewater. Men is daar nu in een juridisch kluwen terecht gekomen, waarvan de stad als uitkomst zou moeten voor ogen hebben dat een terras op het water wordt verboden en alleen nog een (bescheiden) terras kant Minnewaterpark wordt toegelaten.

  1. Terrassen in straten

In een aantal straten zijn horecazaken gevestigd die ook graag iets willen buiten zetten. In een aantal gevallen beperkt zich dat tot een paar tafels en stoelen, die minder bedoeld zijn om er te gaan zitten en iets te bestellen, dan wel als aantrekkingspunt om mogelijke klanten attent te maken op het café of restaurant binnen. Dit is het geval o. m. in de Vlamingstraat, de Oude Burg, de Langestraat, enz. Op zich is daar geen al te groot bezwaar tegen (ook al is er een risico dat nog andere handelszaken dit precedent zouden inroepen om ook hun winkelwaar op de straat uit te stallen, wat trouwens al in sommige toeristische handelszaken gebeurt), als het de weggebruikers niet hindert en als het meubilair wordt binnengenomen wanneer het niet gebruikt wordt.
Hoe dan ook dient dit in het oog gehouden om mogelijke uitwassen te vermijden.

Er dient ook goed te worden opgevolgd wat langs de reien gebeurt. Is een terras aan de achterzijde van het Hotel Ravenstein aanvaardbaar? Ik heb twijfels. Wat in elk geval niet kon of kan is een terras in de tuin van het Huis Perez de Malvenda, met storende aanwezigheid van terrasmeubilair in wat één van de meest wereldbekende zichten van Brugge is.

       12. Zand
In de jaren zeventig drong een uitbater op het Zand erg aan om een vast terras te mogen plaatsen. Dit werd door het toenmalig bestuur geweigerd. Bij het bestuur onder Frank Van Acker kreeg hij gehoor. Het vast terras werd uiteraard niet alleen aan hem toegestaan maar aan alle uitbaters op het Zand en meteen ook in de Smedenstraat.
Dat het verbod juist was en het vast terras toekennen een vergissing, tonen de gevolgen ervan aan, onder meer:

  1. de gesloten terrassen zijn een integrerend deel van de eigendom geworden en zeggingschap vanwege de rechtmatige eigenaar op de ingenomen oppervlakte is niet meer duidelijk
  2. een aantal zaken hebben de voorgevel op de gelijkvloerse verdieping volledig of grotendeels gesloopt (met of zonder vergunning?) en aldus van terras en achterliggende gelagzaal één geheel gemaakt
  3. wie de activiteit op deze terrassen gadeslaat kan vaststellen dat ze tijdens de wintermaanden grotendeels nutteloos zijn: als er al wat volk zit (mensen zitten nu eenmaal graag bij het raam om de passanten gade te slaan) dan is tegelijk de gelagzaal zelf weinig of niet bevolkt. Men kan dus, zonder terras, ook voldoende de klanten bedienen
  4. de afzonderlijke regeling voor Zand en Smedenstraat doet afbreuk aan de algemene regel die voor de ganse binnenstad geldt en moet gelden: jaarlijkse verwijdering van het terras. Deze bijzondere regeling veroorzaakt uiteraard afgunst bij anderen.

Het plaatsen van vaste terrassen zou stilaan moeten kunnen verdwijnen. Zeker, een toekenning die eenmaal werd gegeven is soms moeilijk in te trekken. Er zijn hiervoor twee mogelijkheden:

  1. de stad legt een zo hoge retributie op, dat de vaste terrassen het ganse jaar door, als niet meer rendabel worden beschouwd;
  2. de stad laat de eventuele schade berekenen die het jaarlijks verwijderen tijdens de wintermaanden zou betekenen en betaalt die uit.

Af en toe gaan stemmen op om integendeel het plaatsen van vaste en permanente terrassen uit te breiden en ze o.m. op de Markt te vergunnen, omdat dit zogezegd ‘meer leven’ zou betekenen. Dit is natuurlijk een zienswijze die er van uitgaat dat de stad er alleen maar is om als pretpark te dienen. Dit moet worden bestreden.

De huidige toestand is de beste formule. Enerzijds laat ze de uitbaters toe hun brood te verdienen met een aanzienlijk terras gedurende het grootste deel van het jaar (stilaan werd het plaatsen vervroegd en het wegnemen verlaat), anderzijds blijft de jaarlijkse bevestiging van de stadseigendom bestaan, wordt de toestand van de (vaak merkwaardige) gevels zichtbaar en wordt de verleiding tegengewerkt om steeds vastere bouwsels aan te brengen. De uitbaters wordt hierbij in niets te kort gedaan, want hun gelagzaal volstaat om in de wintermaanden hun klanten te kunnen ontvangen.

De Bruggelingen en de toeristen kunnen dan toch enkele maanden per jaar genieten van rustiger en homogener straat- en pleinwanden, zonder de onvermijdelijk nogal slordige bedoening die door de terrassen wordt veroorzaakt.

Een essentieel element, en daar is het slechte voorbeeld van het Zand er om het aan te tonen, is dat vaste terrassen binnen de kortste keren de achterliggende gevels bedreigen en ze op het gelijkvloers gewoon doen verdwijnen. Men mag er zeker van zijn dat ook op de Markt de gevels, zelfs van beschermde gebouwen, al vlug ‘stoemelings’ zouden verdwijnen en dat minstens de vensters tot beneden zouden worden doorgetrokken om als permanente openingen te dienen, teneinde gelagzaal en terras zoveel mogelijk tot één geheel te doen in elkaar vloeien. Dit zou natuurlijk onaanvaardbaar zijn en het is dan ook beter de moeilijkheden en disputen hieromtrent te voorkomen.

Bijkomend, voor wat de Markt betreft, moet worden opgemerkt dat een deel van de ‘kalme’ periode en het genietbaar maken van de plek als historisch geheel en als monument alweer verdwijnt door de oprichting van een ijspiste en van kraampjes voor een Kerstmarkt. Wat de ijspiste betreft, een affreus gevaarte, met slechte smaak ingericht en verlicht, die zou veel beter op het Zand of op een andere minder geladen plek komen, bvb. aan het Station, naast de ijssculpturen. Een Kerstmarkt is dan weer wel te overwegen op de Markt, maar dan niet in de huidige armtierige uitvoering. Men zou best eens in Duitsland, Oostenrijk, Italië gaan bekijken hoe men dit kan inrichten met de nodige goede smaak en allure, de stad Brugge waardig.

Andries Van den Abeele
12 januari 2008

www.andriesvandenabeele.net