Het enigma van de genealogie Gruuthuse:
veel vragen en enkele antwoorden

De heren van Brugge en van Gruuthuse waren in de dertiende tot vijftiende eeuw voorname bewoners van de stad Brugge en hun naam blijft ook vandaag tot de verbeelding spreken. Ze waren de enige heren die de feodale familienaam van Brugge droegen, al waren ze geen leenheer van de stad. Hun inspirerende wapenspreuk Plus est en vous – Meer is in u, het nog aanwezige Gruuthusepaleis en de bidkapel verbonden met de Onze-Lieve-Vrouwekerk, hun commerciële activiteiten en de rijkdom die ze hierdoor verwierven, de rol die vooral Lodewijk van Gruuthuse heeft gespeeld in de literaire, artistieke, religieuze en culturele wereld van zijn tijd, naast zijn militaire, diplomatieke en politieke activiteiten, maken dat Gruuthuse het voorwerp uitmaakt van blijvende belangstelling.

Geen betrouwbare genealogie

Het is dan ook des te merkwaardiger dat van deze familie geen enkele betrouwbare genealogie bestaat. Dit lijkt wel vaker het lot te zijn van grote families die in de mannelijke lijn uitsterven en uit de belangstelling verdwijnen. De zoon van Lodewijk, Jan van Brugge trouwde driemaal met Franse adellijke dames. Zijn zoon René deed het tweemaal en was de laatste mannelijke naamdrager. Zijn dochter ging vijf opeenvolgende huwelijken aan met Franse edellieden. Einde dus van het Gruuthuseverhaal en verdwijning of verspreiding, na talrijke verhuizingen en erfopvolgingen, van een familiearchief, dat ongetwijfeld in zijn tijd in belang kon wedijveren met andere, zoals bij voorbeeld met het goed bewaarde of weer grotendeels bijeengebrachte archief van de familie Adornes.

Vijf genealogen hebben zich meer in het bijzonder om de filiatie van de heren van Gruuthuse bekommerd. Het gaat om Sanderus in zijn Flandria Illustrata (ed. 1641, t. I, p. 197); de bibliothecaris van de Bibliothèque Nationale en Bruggeling Joseph-Basile Van Praet in zijn Recherches sur Louis de Bruges, seigneur de Gruuthuse (…) (Paris, 1831); F. Van Dycke in zijn Recueil héraldique de familles nobles et patriciennes de la Ville et du Franconat de Bruges (Brugge, 1851); J. J. Gailliard in zijn Bruges et le Franc (Brugge, 1857-1864, Deel I); Armand de Béhault de Dornon in Etudes sur les Seigneurs de Gruuthuse (in: Annales Société d’Emulation de Bruges, 1928, blz. 5-24) en in zijn Bruges, séjour d’exil des rois d’Angleterre Edouard IV (1471) et Charles II (1656-1658) (Brugge, 1931). Béhault schreef: La filiation, très sommaire des de Bruges, de 1248 à 1641 que donne Sanderus, est excellente. Les généalogies publiées par Van Dycke, Gailliard, et Van Praet, fourmillent d’erreurs et de lacunes. Hij had gelijk over het drietal maar vergiste zich wat betreft de genealogie door Sanderus, die al evenveel vergissingen bevatte. Men kan hieraan ook nog de biografische nota toevoegen door Alphonse Wauters aan de familie Gruuthuse gewijd in Biographie Nationale, Tome VIII, col. 381-390, die echter weinig nieuws aanbracht, aangezien de auteur zich voornamelijk op Gailliard beriep.

Zou de Béhault de Dornon, meest recente om zich over de genealogie van de Gruuthuses te buigen, het beter doen? Hij verzekerde alvast: J’ai établi la généalogie de cette famille d’après un grand nombre d’anciens manuscrits et d’imprimés reposant à la Bibliothèque Royale de Belgique.

Het resultaat waar hij toe kwam was, summier weergegeven, als volgt:

  1. Lambert van Brugge, zonder bekende echtgenote
    Vermeld als ridder in 1250
  2. Geldolf van Brugge x Margaretha van Gistel
    heer van Gruuthuse, vermeld in 1248
  3. Geldolf van Brugge x Gertrude van Assche
    heer van Gruuthuse, vermeld in 1238 en 1292 (sic)
    kapitein van Brugge en het Vrije, kamerheer van Gwijde van Dampierre
  4. Catharina van Brugge x Gerard van der Aa
    heer van Grimbergen, ridder geslagen in Woeringen in 1288
  5. Jan I van der Aa
    1) x Catharina van Steelant
    2) x Margaretha van Dudzele
    heer van Grimbergen, heer van Gruuthuse
    vermeld in 1339 en 1381 (sic)
    baljuw van Brugge en het Vrije
    kinderen: uit het eerste huwelijk, een Jan II van der Aa, gehuwd met Gertrude de Merode; uit het tweede huwelijk, onder meer:
  6. Jan II van der Aa x Maria van Gistel
    ridder, heer van Gruuthuse, Grimbergen, baron van Spiere, opperjager van Vlaanderen in 1382, kapitein van Rijsel
  7. Jan III van der Aa x Agnes de Mortaigne, vrouw van Spiere, weduwe van Gerard van Halewyn
    huwelijk in 1389
    heer van Gruuthuse en Grimbergen
    Agnes de Mortaigne begraven bij de karmelieten in Brugge
  8. Jan IV van der Aa x Margaretha van Steenhuyse, vrouw van Alverghem
    huwelijk in 1416
    heer van Gruuthuse, Oostkamp, Spiere, Tielt Ten Hove en Alverghem
    opperjager van Vlaanderen in 1387, kapitein van Rijsel, raadgever van Filips de Stoute
    Diploma 25 januari 1389 geeft hem machtiging de naam Van der Aa te verwisselen voor “van Brugge”
    Organiseerde in 1393 het groot toernooi tegen Wolfert van Gistel
  9. Lodewijk van Brugge x Margaretha van Borselen
    geboren in Brugge in 1402; gehuwd in Vere in 1455; heer van Gruuthuse, prins van Steenhuyse, graaf van Winchester en Udony, heer van Oostkamp, Avelgem, Hamstede, Beveren, Tielt ter Hove, Spiere;
    overleden op 24 november 1492
  10. Jan  V van Brugge
    1) x Marie d’Auxy
    2) x Renée de Beuil
    3) x Marie de Melun
    Heer van Gruuthuse, prins van Steenhuyse, graaf van Winchester, baron van Spiere, heer van Tielt, Oostkamp, Avelgem, kapitein van een infanterieregiment, gouverneur van Abbeville, opperjager van Vlaanderen, kapitein van Rijsel, schout van Brugge in 1484, raadsheer van Maximiliaan van Oostenrijk; overleden in Abbeville in 1522
  11. René van Brugge
    1) x Beatrice de la Chambre
    2) x Marie de Nearvi
    overleden in Brugge 25 december 1572
  12. Catharina van Brugge
    1) x Louis de la Baume, comte de Saint-Amour (huwelijk op 15/06/1574, 6 kinderen, met nakomelingen o. m. de Richardot, Perrenot de Grandvelle, enz.)
    2) x Achille de l’Hospital
    3) x Charles de Messay
    4) x Scipion, marquis de Liane
    5) x René de la Haye

Documenten als leidraad

De genealogie de Béhault zit vol fouten en onwaarschijnlijkheden. Het begint met de drie eerste generaties, met name Lambert en de twee Geldolfs, die volgens de opgegeven data alle drie praktisch leeftijdgenoten zouden zijn geweest. Het is dus nodig andere gegevens op te zoeken.

Karel de Flou (Woordenboek der toponymie) refereerde naar twaalfde- en dertiende-eeuwse Gruuthuses: Aldo (1159) en Lamsota (1211) en naar een Lambertus de Gruuthuse (1214), vermeld in A. Van Lokeren, Chartes et documents de l’abbaye de Saint-Pierre à Gand (Gent, 1868-71). In Brugge wordt melding gedaan van dezelfde (of van zijn gelijknamige zoon, gelet op de bijna vijfendertig jaar tussentijd) als voorkomend in een register van Sint-Donaas in 1248, bij het schenken van een kostbare kelk. Men mag dus voorzichtig aannemen dat er in de eerste helft van de 13de eeuw een Lambert van Gruuthuse was. Hij zou kunnen geleefd hebben van ongeveer 1180-1190 tot rond 1250-1255.

Dat er twee Geldolfs, misschien zelfs drie zijn geweest, kan op basis van de beschikbare vaststaande gegevens worden aangenomen, maar dan wel niet op de data vermeld door de Béhault. We vinden gegevens in oorkonden die we hierna vermelden met de referentie naar de bladzijde waarop ze voorkomen bij Louis Gilliodts-Van Severen, Inventaire des Archives de la ville de Bruges en naar het nummer waaronder ze te vinden zijn bij Albert Schouteet, Regesten op de oorkonden. Men kan hierbij de volgende verdeling voorstellen:

Geldolf I van Brugge x Margaretha van Gistel
1258 Ghildolf van Brugghe (Gilliodts I, 45)

Geldolf II van Brugge
1269 Ghildolve, Ghildolfs zoene van Brugghe (Gilliodts I, 315, Schouteet I, 76).
Nadien zijn geen gegevens te vinden tot in 1293. We gaan uit van het vermoeden dat Geldolf II toen al een hele tijd overleden was.

Geldolf III van Brugge x Gertrude van Assche
kapitein van Brugge en het Vrije, raadgever Gwijde van Dampierre
1293 Guidolf heer van het Gruuthuse (Gilliodts I, 34, Schouteet I, 292)
1294 Guidolf van der Brugghe, heer van Gruuthuse (Gilliodts I, 37, Schouteet I, 355)
1298 Guidolf de Bruges, heer van Gruuthuse (Gilliodts I, 58, Schouteet I, 441)
1302 Guidolf heer van Gruuthuse (Gilliodts I, 110)
1332 Ghildolf van Brucghe, heer van Gruuthuse (Gilliodts I, 438, Schouteet II, 564).

Het zoals de Béhault houden bij slechts twee Geldolfs en dit over een periode van méér dan honderd jaar, lijkt niet waarschijnlijk. Daarbij gaat men voorbij aan de vermelding uit 1269 Ghildolve, Ghildolfs zoene die een probleem stelt. Dit kan immers moeilijk slaan op de Geldolf die ook nog in 1332 leefde, tenzij hij ongeveer negentig zou geworden zijn. De oorkonde van 1269 handelde over de voorwaarden waaronder die Geldolf de Kleine Tol in leen had van Johan van Gistel. Hij moest dus op dat ogenblik meerderjarig of geëmancipeerd zijn. Ging het om een hernieuwing van een vroegere overeenkomst, eventueel na de dood van zijn vader? Omwille van de oorkonden met als eerste 1258 en als laatste 1332 bestaat dus de meeste kans dat niet twee maar drie Geldolfs elkaar opvolgden. De tijdspanne maakt het alvast mogelijk: Geldolf I zou kunnen geleefd hebben van ongeveer 1215/1220 tot rond 1269, Geldolf II van ongeveer 1240/1245 tot circa 1300 en Geldolf III van ongeveer 1265 tot rond 1335.

Hiermee is de ganse periode beter overbrugd dan met maar twee Geldolfs. Dit lost echter alleen maar een probleem op door er een ander te stellen. De Geldhof III kan immers moeilijk de vader van Catharina van Brugge zijn, de ‘enige dochter’ die met Geerard van der Aa zou getrouwd zijn. Men zou eerder moeten aannemen dat die Catharina (ook soms Maria of Anna genoemd) de zus was van Geldhof III en rond 1270 zou geboren zijn.

De heren Van der Aa worden heer van Brugge

Als men het er over eens is dat Catharina met een van der Aa trouwde, moet men nog invullen met wie. Het kan best, zoals wordt vermeld, de Geerard van der Aa geweest zijn die in 1288 na de slag in Woeringen tot ridder zou geslagen zijn, geboren rond 1260 en gestorven rond 1310, dus voor Geldolf III. Aannemende dat deze kinderloos stierf, kan zijn neef Jan I Van der Aa, zoon van Geerard en Catharina, hem opgevolgd zijn.

Jan I van der Aa komt vanaf 1335 in de oorkonden voor, wellicht na het overlijden van zijn oom Geldolf van Gruuthuse:
1335: Jan van den Gruuthuse, heer van Erkegem (Gilliodts II, 225, Schouteet II, 700)
1346: Jan van den Gruuthuse, heer van Grimbergen (Schouteet III, 68)
1351: Jan van den Gruuthuse, leenhouder van het grafelijke leen van de grute (Schouteet III, 210).

Hij zou tweemaal getrouwd zijn, eerst met Catharina van Steelant en vervolgens met Margareta van Dudzele, die hem elk een zoon Jan schonken, één die in Brabant bleef en één die als heer van Gruuthuse opvolgde. Het blijft een warrig verhaal. Jan II van Brugge moet in principe van de tweede vrouw afstammen, maar misschien was er geen zoon uit het eerste huwelijk. In de oorkonden worden immers zowel Jan I als Jan II tegelijk als heer van Gruuthuse en als heer van Grimbergen genoemd.

Dat Jan II van der Aa, zoals de Béhault aanduidt, gehuwd was met Maria van Gistel is alvast foutief. Hij huwde met Isabelle de Looz d’Agimont, zoals uit oorkonden blijkt:
1367: stadsrekening 1367/68: geschenken bij huwelijk
1372: Jan van den Gruuthuse heer van Grimbergen en Isabelle van Agimont, vrouwe van Hayshove en Eremeys (Gilliodts II, 228, Schouteet III, 597)
1373: idem (Schouteet III, 608)
1380: de heer van Gruuthuse (Gilliodts II, 353, Schouteet III, 678)
1380: Jan van der Aa, heer van Gruuthuse en Grimbergen (Gilliodts II, 353, Schouteet III, 680)
1380: Jan van der Aa, heer van Gruuthuse (Gilliodts II, 355, Schouteet III, 681)
1384: Jan, heer van Grimbergen en Gruuthuse, ruwaard van Brugge (Gilliodts III, 14, Schouteet III, 723, 724)
1384: de heer van Gruuthuse (Gilliodts III, 16, Schouteet III, 733)
1392: de heer van Gruuthuse (Gilliodts III, 247, Schouteet IV, 180)
1393: de heer van Gruuthuse (Gilliodts III, 271, Schouteet IV, 201)

Voor Jan II lijkt een geboorte omstreeks 1335-40 een aanvaardbare hypothese te zijn, evenals een overlijden rond 1400. Er zijn genealogen die zijn overlijden in 1389 opgeven, met als gevolg dat de vermeldingen in oorkonden voor de jaren 1392 en 1393 op zijn zoon zouden slaan. Het jaar 1389 wordt echter niet alleen voor dit overlijden aangewend, maar ook voor het huwelijk van zijn zoon en voor het verkrijgen van naamverandering van Van der Aa in Van Brugge: een beetje veel ineens en teveel om allemaal juist te zijn!

Zoals hierna zal worden uiteengezet, naar aanleiding van het toernooi van 1393, denk ik dat het in de oorkonden van 1392 en 93 wel degelijk nog om Jan II ging. Er dient ook opgemerkt dat de Béhault hem ten onrechte als baron van Spiere aanduidde, heerlijkheid die pas door zijn schoondochter bij Gruuthuse gevoegd werd.

Alphonse Wauters heeft voor zijn genealogie in de Biographie Nationale, waarbij hij waarschijnlijk aanvoelde dat er iets niet klopte, Jan II tweemaal doen huwen, eerst met Isabelle de Looz Agimont en daarna met Agnès de Mortaigne, het eerste huwelijk in 1367/68, het tweede in 1389 situerend en aldus een generatie uitsparend. Ik geloof niet dat dit kan kloppen, zoals ik hierna in verband met het groot toernooi van 1393 uiteenzet.

Jan III van der Aa zou in 1389 getrouwd zijn met Agnès de Mortaigne of Mortagne, vrouw van Spiere. Rekening houdende met het huwelijk van zijn ouders in 1367/68 zou dit voor hem in overeenstemming kunnen zijn met een geboortedatum te situeren rond 1368-69, ook al is hij dan nauwelijks een en twintig bij zijn huwelijk. Over hem zijn in de stadsrekeningen geen gegevens te vinden, tenzij die over het jaar 1392-93 op hem betrekking zouden hebben, wat we echter niet waarschijnlijk achten. Men neemt aan dat hij tussen 1400 en 1420 overleden is en in de O.-L.-Vrouwekerk begraven, terwijl zijn echtgenote in 1438 overleed en bij de karmelieten werd begraven. (V. Vermeersch, Grafmonumenten te Brugge voor 1578, n° 142)

Jan IV van der Aa, heer van Brugge, trouwde, volgens algemeen wordt vermeld in 1415 of 1416 met Margareta van Steenhuyse, vrouw van Avelgem. Zij hadden hun graftombe in de O.-L.-Vrouwekerk (V. Vermeersch, a.w., n° 142). Van hem kan worden aangenomen dat hij rond 1390 geboren werd en na 1440 overleed.
We baseren ons hiervoor op volgende oorkonden:
1435: Jan van Brugghe, heer van Gruuthuse, enz., houdt een leengoed te weten ’t Hof van Gruuthuse (Gilliodts II, 13)
1436: expeditie Calais, heer van Gruuthuse kapitein van Brugge (Gilliodts V, 125 en 133)
1438: opnieuw vermeld (Gilliodts V, 162)
Jan IV was alvast geen heer van Oostkamp zoals de Béhault vermeldde. De heerlijkheid Oostkamp werd pas in 1456 door Lodewijk van Gruuthuse aangekocht.

Lodewijk van Gruuthuse werd natuurlijk niet in 1402 geboren, zoals Béhault meldde, maar in 1422 en huwde in 1455 met Margareta van Borsele. Hij overleed in Brugge in 1492, zij in 1510. Over hem zijn voldoende biografische gegevens bekend, maar zelfs over deze grootste figuur onder de Gruuthuses, zijn ze niet eenduidig.

Het groot toernooi van 1393

Ik kom terug op Jan II van der Aa, heer van Gruuthuse en dit in verband met het groot toernooi van 11 maart 1393, waarvan altijd geschreven wordt dat het door Jan IV, de vader van Lodewijk van Gruuthuse werd ingericht. Dit moet voor onmogelijk worden gehouden. Men zou in dit geval immers moeten aannemen dat Jan IV, om in 1422 de vader van Lodewijk te kunnen zijn, ten laatste rond 1377 zou geboren zijn. Dan nog moet men aannemen dat hij op de leeftijd van 16 jaar de leiding nam van een dergelijk toernooi, waar vijftig ridders, onder wie telgen uit aanzienlijke feodale families, onder zijn leiding zouden gestaan hebben in een strijd tegen vijftig andere aanzienlijke ridders, geleid door een al even belangrijke heer, Jan van Gistel. Daarbij zou hij bij de geboorte van Lodewijk van Gruuthuse dus al minstens vijf en veertig geweest zijn: niet onmogelijk, maar toch onwaarschijnlijk. Ik denk integendeel dat Jan IV op het tijdstip van het toernooi pas onlangs of zelfs nog niet geboren was.

Zo ben ik tot de conclusie gekomen in mijn studie Het ridderlijk gezelschap van de Witte Beer (2000) dat het in feite noch de vader noch zelfs de grootvader maar de overgrootvader Jan II was die het toernooi organiseerde. Waarom niet de grootvader Jan III, die toen vooraan in de twintig was? Omdat er op het tableau dat werd gemaakt met de wapenschilden van de deelnemers, bij de 50 ridders die onder de leiding van de heer van Gruuthuse stonden, twee Gruuthuses vermeld staan, Geldolf en Jan, hetzij de twee zoons van Jan II. Hoe men dit over het hoofd heeft kunnen zien is me niet duidelijk. Men is er gemakshalve van uitgegaan dat de Jan van Gruuthuse die midden de ridders vermeld stond, een herhaling was van de Jan van Gruuthuse die bovenaan de lijst als uitdager al voorkwam. Dit kan gewoon niet: op het tableau met de wapenschilden, staat het wapen van Jan II als aanvoerder bovenaan in het groot geschilderd, als tegenhanger van dat van de heer van Gistel, zijn tegenstrever, en bij de ridders staan dan nog eens de twee kleine wapens van zijn twee zoons.

Dit brengt me tot de overtuiging dat Jan II van Gruuthuse in 1393 nog leefde. Hij was toen ongeveer vijftig, had tot onlangs het hoge ambt van ruwaard van Brugge bekleed en was raadsheer van hertog Filips de Stoute. Hij was alvast een personaliteit die voldoende ervaring met krijgsverrichtingen en toernooien had en ook voldoende gezag en aanzien, om in een uitzonderlijk toernooi zoals dat van 1393 een vijftigtal ridders aan te voeren.

Lodewijk van Gruuthuse: 1422 of 1427

Wanneer is Lodewijk van Gruuthuse geboren, in 1422 of in 1427? Joseph-Basile van Praet vermeldde dat hij rond de zeventig was toen hij in 1492 overleed, dus geboren in of rond 1422. Op wat hij zich baseerde weet ik niet, maar behalve de flagrante fout van de Béhault houden de andere genealogen het ook op 1422. Er zijn alvast geen indicaties om die geboorte bij voorkeur in 1427 te plaatsen. Zijn ouders huwden in 1416 en hadden weinig kinderen, zodat de geboorte best dichter bij die datum kan gezien worden. In de meest recente publicatie over Gruuthuse, Lodewijk van Gruuthuse, mecenas en Europees diplomaat 1427-1492 (Brugge, 1992) schrijft Maximiliaan P.J. Martens: Het is niet geweten wanneer hij geboren werd. Men vindt hem eerst vermeld in mei 1443 toen hij deelnam aan het toernooi van de Witte Beer, het jaarlijks ridderlijk festijn te Brugge dat zijn vader op 11 maart 1392 nieuw leven had ingeblazen. Lodewijk was waarschijnlijk ongeveer zestien of zeventien jaar oud toen hij deze prijs won. Dit was immers de leeftijd waarop jonge edellieden begonnen zich in dit vermaak te bekwamen. Daarom kan men stellen dat Lodewijk waarschijnlijk ca. 1427 het levenslicht zag.

Het groot toernooi waarvan hier sprake vond plaats in 1393 (11 maart 1392 oude stijl) en het was dus volgens mijn overtuiging niet de vader maar de overgrootvader van Lodewijk die als uitdager optrad. Dit toernooi had overigens niets met het gezelschap van de Witte Beer te maken, noch met zijn jaarlijkse steekspelen zoals die van 1443. Er is ook geen aanwijzing dat Jan IV (of desgevallend Jan II of III) van Gruuthuse dit gezelschap inderdaad een halve eeuw vroeger nieuw leven zou hebben ingeblazen.

Wat betreft de leeftijd van Lodewijk van Gruuthuse. Door een aantal steekproeven bij deelnemers aan de spelen van de Witte Beer van wie de geboortedatum bekend is, heb ik vastgesteld dat een eerste deelname meestal overeenkwam met de leeftijd van één en twintig jaar of iets ouder. Martens heeft zich gebaseerd op het hierboven geciteerde werk van Joseph Van Praet en op Ferdinand Van de Putte Recherches sur l’origine et la nature de la société dite confrérie de l’Ours Blanc (Annales Soc. d’Emulation de Bruges, 1839), maar dat zijn geen al te overtuigende auteurs. Geboren in 1422 had Lodewijk van Gruuthuse in 1443 dus net de meerderjarigheid bereikt en hoeft niet gezocht naar het vroegtijdig aantreden van een zestienjarige. Hij nam toen trouwens niet aan het jaarlijkse steekspel van de Witte Beer deel, maar aan het informele “naspel” dat enkele ridders groepeerde die het steken nog niet moe waren. Hiervoor kreeg hij een soort beleefdheidsprijs die men ‘de dank van buiten’ noemde.

Overlijden Lodewijk van Gruuthuse

Nog een woord over Lodewijk van Gruuthuse wat betreft zijn overlijdensdatum. In alle hedendaagse geschriften, wordt die gemeld op 26 (soms 24) november 1492. Ik ken de oudste bron niet waarop men zich baseert, men vermeldt die nooit. Wél vond ik een oude bron met een afwijkende datum, met name 26 januari 1492. Gezien dit in oude stijl is uitgedrukt, betekent dit dat Lodewijk van Gruuthuse niet einde 1492 maar twee maanden later, begin 1493 zou zijn overleden. De bron hiervoor is het Memoriaalboek van de Zusters Arme Klaren Coletienen in Brugge. Dit boek opent met een aantal bladzijden geschreven door Catherine de Longueville, de eerste abdis van het Brugse klooster. Weliswaar gaat het hier niet om haar oorspronkelijke tekst, maar om een 17de-eeuwse kopie, aangevuld met latere gegevens. Over Gruuthuse en zijn vrouw wordt vermeld: “et trespassa l’an de Notre S. 1492, le 26 de janvier et Madame son épouse l’an 1510, le 9e jour d’aoûst “. Als de tekst inderdaad ongewijzigd is gebleven en correct is overgeschreven, is de afwijkende datum niet zonder meer te negeren. Voor de kloosterzusters was de juiste sterfdatum immers van belang, omdat ze hun weldoeners op hun sterfdag herdachten.

In tegenstelling tot het memoriaalboek van de Brugse Clarissen, wordt de datum 24 of 26 november gegeven door twee nogal betrouwbare bronnen, Rombout De Doppere enerzijds, de Excellente Cronicke anderzijds. Ook op de grafzerk stond, volgens de overgeschreven tekst in het handschrift De Hooghe, de datum van 26 november vermeld. Hoe dan ook, de sterfdatum is dus niet eenduidig en verdient verder onderzoek. Hoewel, twee maanden verschil is ook weer niet zo essentieel.

Een poging tot genealogie

Uit het voorgaande moge blijken dat voor een zo belangrijke familie, die gedurende een paar eeuwen in Brugge en daarbuiten een grote rol speelde, de gegevens niet talrijk en daarbij tegenstrijdig zijn, zoniet vaak onjuist. Het zou een opgave kunnen zijn voor een jonge mediëvist, alle gegevens over hen te gaan opdiepen in de archieven van de graven van Vlaanderen en de hertogen van Bourgondië, in die van het Brugse Vrije of van andere steden, Rijsel bijvoorbeeld of de gemeenten waar de Gruuthuses feodale rechten hadden. Dit zou toelaten het geslacht Gruuthuse in zijn opeenvolgende generaties beter te kennen en te situeren. Misschien zou hij zelfs nog flarden van een familiearchief kunnen boven halen of weer samenstellen.

Besluitend geef ik hierna een alternatieve proeve van genealogie, tot en met Lodewijk van Gruuthuse. Er zijn hierbij nog onzekerheden. Het probleem van de Geldolfs – waren er twee of drie – is niet volledig opgelost. Er kunnen vroege of late huwelijken en geboorten geweest zijn, sommige Gruuthuses kunnen kort of integendeel heel lang geleefd hebben. Bij gebrek aan voldoende gegevens moet wel met een gemiddelde van een dertigtal jaren per generatie worden gerekend. Onderstaande tabel lijkt me dan ook een goede werkhypothese te zijn voor verder onderzoek.

  1. Lambert van Brugge en van Gruuthuse (± 1190 - ± 1255)
  2. Geldolf I van Brugge en van Gruuthuse (± 1215/20 - ± 1269) x Margareta van Gistel
  3. Geldolf II van Brugge en van Gruuthuse (±1240 –±1300) x Gertrude van Assche
  4. Geldolf III van Brugge en van Gruuthuse (1265/70 – ±1335)
    en
    Catharina (of Maria, of Anna) van Brugge (1265/70 – ±1320)
    x Geerard van der Aa (1260-1310)
  5. Jan I van Gruuthuse en van der Aa (1290/1295 - ± 1360)
    1)x Catharina van Steelant en 2)x Margaretha van Dudzele
  6. Jan II van Gruuthuse en van der Aa (1335/40 - ± 1400)
    x Isabelle de Looz Agimont
  7. Jan III van Gruuthuse en van der Aa (± 1368/69 – voor 1420)
    x Agnès de Mortaigne, vrouw van Spiere, weduwe van Gerard van Halewyn, overleden 3/08/1438, begraven bij Karmelieten, Brugge
  8. Jan IV van Gruuthuse en van Brugge (± 1392 – na 1440)
    x Margareta van Steenhuyse, vrouw van Avelgem
  9. Lodewijk van Gruuthuse (1422 – 1492)
    x Margareta van Borselen (†1510)

Is met dit overzicht een stap vooruit gezet ten aanzien van de vorige genealogieën? Ik durf het verhopen en bied deze proeve aan voor kritische studie door genealogen. Misschien vindt men beter.

Andries Van den Abeele
(gepubliceerd in: Vlaamse Stam, november 2007, blz. 621-629)

www.andriesvandenabeele.net