Mag moderne architectuur in Brugge?

BRUGGE – Op zaterdag 29 september 2007 van 10 tot 16 uur houdt de nieuwe campus van het Europa College open deur. De Bruggelingen kunnen kennis maken met het gerestaureerde Jezuïetenklooster langs de Verversdijk en de controversiële nieuwbouw van architect Xaveer De Geyter. Die meent dat Brugge een fossiel dreigt te worden. Baron Andries van den Abeele reageert pinnig.

U bent als voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen mee verantwoordelijk voor deze nieuwbouw, want u hebt de declassering gunstig geadviseerd…
Dries van den Abeele: „De twee historische gebouwen van de Verwersdijk en van de Boomgaardstraat waren met elkaar verbonden door een klassengebouw dat langs de nauwe Kandelaarstraat in het begin van de negentiende eeuw werd opgetrokken, naar een ontwerp van stadsarchitect Rudd. Het hele complex werd een twaalftal jaren geleden als monument beschermd. Op vraag van de bouwheren, die vonden dat ze met dit verbindingsgebouw niets konden aanvangen, ook al was het destijds met bestemming klaslokalen gebouwd, heeft de commissie de declassering gunstig geadviseerd en dat is dan ook zo door de minister beslist. Het verdere verloop was niet meer in de handen van de commissie, die moest vaststellen dat de nieuwbouw niet helemaal beantwoordde aan wat was voorgespiegeld. Het grote bezwaar is het volume.”

Architect Xaveer De Geyter, die het moderne gebouw ontwierp, schoot in het Brugsch Handelsblad (31/08) met zwaar geschut op Brugge. Hij meent dat onze stad een fossiel dreigt te worden…
Dries van den Abeele:„Volgens Xaveer De Geyter beschermen we een ‘middeleeuws imago’ dat vooral in de 18de en 19de eeuw gefabriceerd werd. We doen aan overbescherming en dit ter wille van het toerisme. De stadsdiensten konden maar met grote moeite overtuigd worden van De Geyters’ gelijk en van de deugdelijkheid van zijn ontwerp. Over wat hij zelf heeft neergezet is hij vol lof: de twee nieuwe gebouwen passen zich moeiteloos aan de eeuwenoude site aan. Dat sommige van zijn vakgenoten zijn ontwerp beschrijven als ‘modern van dertig jaar geleden’ zal hem dus niet raken.”
„Ik vind het ongehoord dat net de architect die zo’n gebouw mocht ontwerpen, in de hand bijt die hem zijn broodwinning aanreikt. Meneer trapt na. Ik ben altijd verbaasd over het gemak waarmee sommigen, die hier vluchtig neerstrijken, met definitieve volzinnen over onze stad uitspraken doen.”

In hoeverre mag hedendaagse architectuur in Brugge?
Dries van den Abeele:„Er moet duidelijkheid komen over wat men in Brugge en met Brugge wil. Is het de bedoeling dat elke nieuwbouw een visueel aspect krijgt dat het ‘hedendaags’ maakt en contrasteert met het bestaande? Ik stel vast dat zelfs binnen de Dienst Monumentenzorg van de stad soms in die zin actie wordt gevoerd. Eigenaars die een eenvoudige woning met een puntgevel willen bouwen, ondervinden moeite om hun plannen goedgekeurd te krijgen. Het begijnhofachtige ‘Clarenhof’ werd door sommigen als een ‘verschrikking’ gezien, terwijl de appartementen op het Pandreitje de hemel werden in geprezen.” Kopers en bewoners dachten er duidelijk anders over.
„De historische binnenstad is in overwegende mate een harmonisch gegroeide eenheid.  Het is die eenheid die, met zijn grote verscheidenheid, zowel mensen aanspreekt die er graag wonen, als vele bezoekers die er enkele uren doorbrengen. Over het bewaren van deze eenheid dragen zowel de overheid als de vele particuliere eigenaars, bijzondere verantwoordelijkheid. Het gaat om dezelfde verantwoordelijkheid die men overal elders aantreft, in historische Beierse steden en dorpen, in Italiaanse kunststeden, in Franse ‘villes d’art’, enz.  Vroegere eeuwen hebben op een aantal plekken een duidelijke stempel gedrukt. Het hoort niet dat men die belevingstroeven weggooit omdat enkele voorbijgaande modes er zich willen in tussen wringen. Er is in de wijde wereld ruimte genoeg om met nieuwigheden te experimenteren.”
„Het is natuurlijk onvermijdelijk dat sommige gebouwen vervangen worden. Men hoeft slopen niet aan te moedigen: het is maar uitzonderlijk dat een oud gebouw niet kan worden aangepast. Iedere verdwijning slaat een wonde die heel traag geheeld wordt. In vele gevallen, geeft men bij afbraak toe aan speculatieve doeleinden. Bouwheren willen het volume groter maken en meer opbrengst verwezenlijken.”

Bent u gekant tegen elke vorm van nieuwbouw?
Dries van den Abeele:„Natuurlijk niet, maar er zijn voorafgaande stappen te zetten. In een historische stad moet men de voorkeur geven aan het behoud en als dat niet kan, mag herbouwen van wat is afgebroken geen taboe zijn. De technische middelen, zoals fotogrammetrische opmeting, zijn hiervoor ter beschikking. In vele historische steden heeft men hiermee geen probleem, zelfs niet voor grote monumenten. De Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dresden is er het meest recente en schitterende voorbeeld van. In Amsterdam schrikt men er niet voor terug om een mooi grachtenhuis dat ineenzakt gewoon te herbouwen (‘monument tijdelijk afwezig’ noemt men dat daar). Een andere mogelijkheid is dat men in een harmoniserende of zelfs nabootsende stijl bouwt. Dat is wat men in Brugge eeuwenlang heeft gedaan.”
Dat is toch namaak!
Dries van den Abeele:„Ja en neen. Niet naar mijn gevoel als het gebeurt volgens de regels van de kunst. Soms was het zo geslaagd en in harmonie met de omgeving (bijv. het Bonifaciusbrugje en het huis ernaast in Groeninge) dat het resultaat niet meer uit het stedelijke landschap is weg te denken. De bouwwoede na de Tweede Wereldoorlog heeft Brugge wel aangetast. Niet alleen werd veel gesloopt, maar ook veel onnozels gebouwd. Geen enkele school heeft kunnen nalaten om banale klassengebouwen neer te zetten: uitgerekend de plekken waar de jeugd cultuur en beschaving moet worden bijgebracht! Ook administraties, banken en warenhuizen hebben lelijk huis gehouden, terwijl zowel particulieren als overheid (OCMW) lompe appartementsgebouwen hebben neergeploft op ongeschikte plekken. Natuurlijk hoeft de respectvolle behandeling niet alleen zaligmakend te zijn en kan ook meer hedendaagse architectuur worden bedreven.”

Begin de jaren zeventig kreeg nieuwbouw toch een eigentijdse kleur en uitzicht?
Dries van den Abeele:„De eerste gebouwen die een frisse aanbreng betekenden waren de kinderbibliotheek in de Spanjaardstraat (architect Luc Dugardyn) en een flatgebouw op de hoek Gentpoortvest – Oude Gentweg (architect Eugeen Van Assche). We zijn op die weg doorgegaan. Ik kan enkele tientallen voorbeelden aanwijzen van hedendaagse toetsen die zich met passende bescheidenheid in het stedelijke weefsel hebben ingepast.”

Wij horen u al ‘maar’ zeggen…
Dries van den Abeele:
Ik wil er vooreerst op wijzen dat het merendeel van de huizen in de Brugse binnenstad aan de normen van hedendaags comfort beantwoorden en in die zin volwaardig ‘hedendaags’ zijn. Dat is voor een huis dan toch de essentie, of het nu over een pas gebouwd huis gaat, dan wel over een eeuwenoude woning die werd aangepast of zelfs over een huis in ‘namaakarchitectuur’. Een historisch pand in Brugge hoeft meestal wat comfort, isolatie, technische snufjes allerhande, niet onder te doen voor recente bouwwerken. De inwoners zijn van hun kant via de huishoudmiddelen van vandaag en de elektronische communicatiemiddelen, al evenzeer mee met hun tijd als een bewoner van ‘Silicon Valley’. We hoeven op dit gebied voor niemand onder te doen.
„Als er dan echt nieuw moest gebouwd worden, werden een aantal voorwaarden gesteld, die me essentieel lijken voor het bouwen in een zo delicate omgeving als de historische binnenstad van Brugge. De eerste is dat het volume en de bouwlagen moeten harmoniseren met de omgeving: geen sprake van om er vlug een paar verdiepingen bij te ‘lappen’. Vervolgens moeten materialen worden gebruikt die harmoniseren met die omgeving. Vandaar dat aan de eeuwenoude bouwmaterialen voorrang wordt verleend, terwijl aluminium en beton maar bij homeopathische dosis worden aangewend.”
„Ten derde moet de gevelwand in acht worden genomen. Dit houdt onder meer in dat de afmetingen en de looprichtingen van deuren en vensters de harmonie en het ritme van een huizenrij niet mogen verstoren. Al te vaak ziet men bij verbouwingen hiertegen zondigen. Anderzijds, in een gave grijs en beige geschilderde gevelwand zoals in de Ridderstraat, een helblauwe gevelbeschildering toelaten getuigt niet van goede smaak.”
„Ten vierde moet de ruwbouw, binnen een huizenrij, in opgaand metselwerk worden uitgevoerd en niet vervangen worden door een betonskelet die achter metselwerk wordt verstopt. De reden hiervoor is dat, in een bestaande huizenrij, zo’n rigide structuur heel nadelig is voor de ertegen aanleunende gebouwen : tot ver in het rond worden hierdoor scheuren en barsten veroorzaakt. Een voorbeeld van zo een verkeerde bouw is het ‘moderne’ appartementsgebouw langs de Spiegelrei. Te diepe parkeergarages zijn ook erg nadelig voor de omliggende woningen”.

Volgens u, heeft Brugge geen behoefte aan sterk modernistische en buitenmaatse gebouwen die schril afsteken bij het geheel van de stad.
Dries van den Abeele:„ Ik zou het zowat vergelijken met een vijftiende-eeuws schilderij dat wordt gerestaureerd en waar aan één van de personages een gezicht à la Picasso wordt gegeven, met scheve ogen. Ik stel me altijd de vraag waarom sommigen dat persé in een historische binnenstad willen doen. Er is toch genoeg ruimte er om heen?”
„Sinds de Tweede wereldoorlog zijn er in de Brugse agglomeratie ongeveer 40.000 nieuwe gebouwen opgetrokken. Is er daar veel van dat binnenkort zal herkend worden als waardevol en te beschermen voor de toekomstige generaties? Ik vrees van niet. Op Sint-Pieters heeft men een groot hotel gebouwd. Jammer dat het een banaal gebouw is geworden, hoewel men daar alle vrijheid had om schitterende hedendaagse architectuur te bedrijven. En ziet men van wat recent in de binnenstad werd neergezet als ‘hedendaags’, veel dat in de architectuurtijdschriften als model kan worden voorgesteld?”
Slechts uitzonderlijk kan een gebouw in 'hedendaagse' architectuur binnen een historische omgeving verantwoord zijn, vooral dan als het niet in beton en ijzerwerk is. Dat zie je in Venetië, Firenze en andere historische steden toch ook niet?  Tot die gebouwen reken ik zeker het Ibishotel en Novotel in de Katelijnestraat niet. Het Concertgebouw, in de stijl en op de plek waar het ligt, stoort me niet. Zelfs over de gebouwen van Xaveer De Geyter zou ik geneigd zijn geweest (behalve dan over de volumes) een vriendelijk woordje te zeggen, als hij het niet door zijn schofferende uitspraken bij me had verkorven. Onze nazaten zullen oordelen of dergelijke gebouwen erin slagen met de historische stad te harmoniseren. Ik vind dat bvb. het Gerechtsgebouw of Ter Steeghere daar veel sneller in lukken.”
(journalist: Stefan Vankerkhoven)

Tekst (in iets kortere vorm) gepubliceerd in Brugsch Handelsblad van 28 september 2007.

www.andriesvandenabeele.net