Bruges la Morte?

Integendeel, Jorre Vandenbussche is dood

In de mooi gerestaureerde zaal op het Sint-Jansplein, vroeger bij de Bruggelingen bekend als ‘salons De Buck’, wordt thans een stuk opgevoerd onder de titel ‘Façades I. Brugge is dood’, naar de roman van Georges Rodenbach.

Het is voldoende bekend dat men in Brugge nooit hoog heeft opgelopen met dit nogal larmoyante werk, waar de naam Brugge maar toevallig bij te pas kwam (Rodenbach wilde zijn verhaal eerst elders situeren) en dat men zich zeker nooit aangesproken heeft gevoeld door de titel. Het gaat hier om een literaire vrijheid, die Rodenbach zeker had, maar die niet aan de werkelijkheid beantwoordde en alvast thans niet beantwoordt.

Men heeft de auteur in Brugge niet geprezen voor dit werk en hij heeft het vooral verkorven met zijn andere roman ‘Le carillonneur’, waarin hij militant ten strijde trok tegen Brugge-Zeehaven. Waar moeit die Gentenaar zich mee, zo vond men toen en ook nu. Dat hier geen enkel monument, naamplaat of straat aan deze auteur herinnert is terecht. Dat zijn werk nog aanleiding kan geven tot een toneelbewerking in het Nederlands, is alleen maar iets wat om een literaire beoordeling vraagt. Met de stad Brugge en met de Bruggelingen van nu heeft het alvast niets te maken.

Ieder rechtgeaarde Bruggeling zal toch even opschrikken als hij leest wat, volgens de journalist Mark Cloostermans (De Standaard, 10 mei), door regisseur en acteur Jorre Vandenbussche wordt verklaard, namelijk “Zoals iedereen heb ik met mijn geboorteplaats, Brugge, een haat-liefdeverhouding. Veel is er saai en lelijk, maar er wordt een prachtig patrimonium bewaard. Brugge is dood, iedereen weet dat”.

Dit vraagt om reactie. Dat Mr Vandenbussche een haat-liefde verhouding met zijn geboortestad heeft, is zijn probleem. Het is niet aan allen gegeven. Dat iedereen weet dat Brugge dood is, is ook enkel op zijn rekening te plaatsen, want wie hier woont heeft meen ik helemaal niet die indruk. Er wordt in Brugge een waaier aan mogelijkheden en activiteiten geboden, zoals men die zelden in een stad van honderdduizend inwoners zal aantreffen. Dat moet Vandenbussche toch weten, die sedert bijna 15 jaar in Brugge mag komen optreden. Voor al die dode, minstens conservatieve, immobiele, verstikkende Bruggelingen zeker?

Hij gaat er anderzijds prat op dat hij hier wel werkt, maar in Gent woont. Zowat allen die aan de productie meewerken die hij thans in Brugge op de planken brengt, wonen elders, zegt hij. Dat weten we dan al weer. Want, zo verklaart hij, “De Brugse binnenstad wordt alleen bewoond door dametjes van 85 met veel poen”. Zo, zo, vijfentwintigduizend rijke oude dames in de binnenstad, dat was me nog niet opgevallen. Aan iemand anders misschien wel? Brugge is trouwens méér dan de binnenstad alleen.

Men bespare ons dit soort betweters en nestbevuilers. Als Vandenbussche een stad wil ‘bevragen’, dat hij het dan bij voorkeur doet daar waar hij affiniteiten mee heeft en niet in een stad die hij dood verklaart. Als het dan toch moet, doe uw ding, Mijnheer Vandenbussche, strijk uw gage op, en ga ze vlug spenderen in Gent.

Andries Van den Abeele

Brugge

 

Geachte heer Van den Abeele,

Hartelijk dank voor uw reactie.
Prettig te ontdekken dat er nog mensen zijn die zich iets aan de uitspraken van een medemens gelegen laten liggen.
Maar staat u mij toe een aantal nuanceringen maken bij uw reactie.
Vooreerst hebt u gelijk, een aantal van mijn uitspraken zijn overtrokken en andere zijn weinig genuanceerd weergegeven door Mark Cloostermans. Ik heb de gewoonte artikels na te lezen voor ze gepubliceerd worden, maar deze keer heb ik dat, ten onrechte, niet gedaan omdat het interview bij mij de indruk van een prettig gesprek naliet en werd afgenomen één dag voor de première, op een nogal druk moment dus Wij hebben niet vaak te kiezen wanneer journalisten komen, wij zijn al blij dàt ze komen. Wat ons echter niet ontslaat van de plicht onze uitspraken te double  checken, dat geef ik u na.
Vooral over de laatste zin van het interview valt u en daar hebt u wederom gelijk in. De binnenstad van Brugge wordt op dit ogenblik niet alleen bewoond door dametjes van 85 met veel poen. Dat heb ik dan ook niet in die woorden gezegd. Ik heb gezegd: uit rondetafelgesprekken die onlangs georganiseerd werden door een service club met Bruggelingen uit diverse hoek kwam dit toekomstbeeld voor Brugge naar boven: een binnenstad die alleen bewoond zal worden door oude dametjes van 85 met poen. Dat is toch al iets genuanceerder lijkt me.
Maar ik wil zeker niet alle schuld op meneer Kloostermans afschuiven.
Zoals u in het artikel kon lezen, hebben wij, theatermakers die de komende jaren ons lot aan dat van KC De Werf en dus evenzeer aan de stad Brugge verbinden, er expliciet voor gekozen om de plaats waar wij werken als onderwerp van ons werk te maken. Gespreid over 4 seizoenen zullen we 4 verschillende voorstellingen maken met de stad Brugge als inspiratiebron. Bij mijn weten is dat nog nooit gebeurd, niet in Brugge, noch elders. Een mooi gebaar naar de stad toe, lijkt mij. Elke theatermaker gaat daar natuurrlijk op zijn of haar manier mee om, daar zijn we kunstenaars voor, om ons onderwerp liefdevol maar kritisch te bevragen, zonder aanhalingstekens.
Ik nodig u daarom ook van harte uit een uitvoering van 'Brugge is dood' te komen bijwonen en u er van te vergewissen of wij er al dan niet in geslaagd zijn dit verhaal vanuit een voor vandaag relevante invalshoek te vertellen.
Ikzelf ben zoals u nu wel genoegzaam bekend is, geboren in Brugge en was inderdaad zoals vele jongeren blij dat ik op mijn 18de in een andere, grotere, stad kon gaan studeren. Had u mij toen gezegd dat ik hier ooit nog voor langere tijd terug zou komen werken dan had ik dat weggelachen.
Waarom? Wel dat is nu precies het onderwerp van onze voorstelling.
Ik vond en vind dat ik als theatermaker niet zomaar aan mijn verwrongen verhouding met deze stad voorbij kon gaan, als ik er vele jaren lang zou komen werken. En ik wilde daarom van het cliché dat nog steeds over de stad heerst, en dat ook nog steeds in mijn hoofd heerste, dat geef ik eerlijk toe, vertrekken, al was het maar om er tenminste achter te komen waar die gedachte of dat gevoel bij mijzelf vandaan komt.
Ik had de novelle van Georges Rodenbach tot dan toe niet gelezen, ik kende zoals velen (van vooral mijn generatie) slechts de titel. Dat moet u blij maken, aangezien het een boekje is dat u liever zo snel mogelijk in de vergetelheid ziet verdwijnen.
Maar toen ik het las, bekroop mij het gevoel weer dat mij op mijn 18de hier weg deed gaan. Juist de exaltatie van de personages, de romantiek van het verhaal vermenigvuldigd met de symbolistische stijl waarin het is neergeschreven, hadden hetzelfde verstikkende effect op mij als de stad toen op mij had. Maar nog beangstigender was het feit dat ik mij in het hoofdpersonage kon herkennen, dat ik in mijn persoonlijk leven ook wel eens de neiging heb om herinneringen zo krampachtig te willen vasthouden dat ze mij de baas worden. Natuurlijk ben ik geen Hughes Viane, ik leef nog dank u, maar ik kan mij voorstellen dat verdriet of rouw zo groot kunnen zijn dat ze het leven van een mens stil doen staan, voor lange, zeer lange tijd.
En natuurlijk hebt u gelijk dat het Brugge van Rodenbach een fictief Brugge is, toen was het vast al niet zoals hij het beschreef en nu al helemaal niet meer. Hij zou zich ongetwijfeld in zijn graf omdraaien als hij zou weten hoe levendig Brugge nu geworden is. - En dat hij dat met zijn boekje mee in gang heeft gezet! Brugge moet die man desondanks dankbaar zijn. Hij beschrijft de stad die hij bedacht heeft, zoals Khnopff zich een stad schilderde zoals hij die wilde zien, zoals het Brugge dat ik in mijn hoofd heb ongetwijfeld een ander Brugge is, dan het Brugge in uw hoofd. Op mij heeft de stad ook vandaag nog steeds de indruk van een gekwetste ziel, een verlaten vrouw, die elke dag meer opgesmukt wordt om haar kunstjes voor de toeristen op te voeren. En ondanks de cultuurtempels en andere mogelijkheden die hier zeker aanwezig zijn, blijft het een feit dat er weinig twintigers, toch de leeftijd waarop mensen eerder geneigd zijn het bestaande in vraag te stellen, in de binnenstad wonen, of vergis ik mij daarin. En het is die liefdevolle vraagstelling, die passionele kritische geest die ik in deze stad minder aanwezig voel dan in de steden waar Brugge zich zo graag mee wil meten. En dat doet me vrezen voor de toekomst van deze stad.
Ik hoop dat deze reactie u ervan heeft kunnen overtuigen dat het juist vanuit een grote betrokkenheid en affiniteit met deze stad is, dat ik het gesprek met haar en haar inwoners wens aan te gaan, en dat het er mij niet om te doen is ze gratuit te komen uitschelden.
Mocht dit niet het geval zijn, ben ik altijd bereid tot een uitgebreider gesprek.
Wat mijn gage betreft: mijn 1425 euro plus 185 euro vervoersonkosten per maand, zijn maar wat gauw gespendeerd, in Gent of elders.
ik hoop u van harte op één van onze voorstellingen te mogen begroeten.

levendige groet,

jorre vandenbussche

 

Ik antwoordde toen:

Waarde Heer Vandenbussche,
Dat is een heel vriendelijke reactie.
Ik zal er wat uitgebreider op terugkomen.

met hartelijke groeten,

A. Van den Abeele

Helaas, verhuisperikelen, een spierontsteking en andere bezigheden weerhielden me ervan om hierop nog verder terug te komen. Maar de sympathieke reactie gaf me volle genoegdoening, na mijn wat ‘epidermische’ reactie.

www.andriesvandenabeele.net