Prefect Chauvelin en schilder Odevaere

Het portret van prefect Chauvelin (1766-1832), door de Brugse schilder Joseph Odevaere (1775-1830), is welbekend. Niet alleen is het een mooi portret, maar het hangt al decennia goed zichtbaar in de benedenhallen van het Brugse stadhuis.

Toen Odevaere, nadat hij de Prix de Rome had behaald, op 29 oktober 1804 feestelijk in Brugge werd ontvangen, was de prefect er niet bij om hem te verwelkomen. Hij was op dat ogenblik op zending doorheen zijn departement en was pas op 5 november weer in Brugge. Hij moet toen de schilder ontmoet hebben en hem opdracht of minstens toelating hebben gegeven om zijn portret te schilderen. In ieder geval is het doek gedateerd onderaan rechts: J. Odevaere pinxit 1805. In 1811 werd het aan de Brugse Academie geschonken. E. Hosten en E. Strubbe schreven dat het Chauvelin was die het schonk. Waarom hij het niet op de prefectuur liet, blijft in dit geval een open vraag. In vroegere teksten, die betrouwbaar lijken, werd evenwel deze schenking op rekening van Odevaere geplaatst. In dit geval rijst de vraag of Chauvelin het portret wel had besteld en vooral of hij het had in ontvangst genomen.

In een brief van Odevaere aan de prefect, daterend van juni 1807, en waarover aanstonds méér, getuigt de schilder dat hij van de prefect talrijke blijken van welwillendheid had ontvangen. Wellicht mag men hieruit besluiten dat hij van hem inderdaad een bestelling voor zijn portret had gekregen. Of zou Chauvelin enkel maar geposeerd hebben en zou Odevaere hem geportretteerd hebben in de hoop dat de prefect, de prefectuur of een of andere mecenas het werk zou aankopen? Het lijkt alvast een feit dat de schilder, die naar Rome vertrok, het werk niet aan de prefect leverde. De reden hiervoor kan moeilijk te vinden zijn in een weigering omwille van de kwaliteit, want het was ongetwijfeld een geslaagd portret. Het is niet uitgesloten, zoals we hierna zullen zien, dat Chauvelin gewoon niet betaalde. Odevaere bleef wellicht geduld oefenen, maar toen Chauvelin in 1810 Brugge definitief had verlaten en ook de prefectuur blijkbaar geen belangstelling betoonde, maakte de schilder er zich van af door het doek te schenken aan de Academie van zijn geboortestad. Van daar zou het later zijn weg vinden naar de collecties van de Brugse musea en derhalve eigendom worden van de stad Brugge. Om die reden treffen we in het stadhuis dit portret aan, dat eigenlijk logischer op zijn plaats zou zijn geweest in de residentie van de gouverneur of in de portrettengalerij van het provinciaal bestuur.

Het portret van Madame de Chauvelin

Het portret van de prefect was niet het enige werk dat Odevaere in verband met Chauvelin uitvoerde. In augustus 2004 was ik in de gelegenheid een brief te verwerven die in juni 1807 door Joseph Odevaere was gericht aan Chauvelin. Een tweede brief, gericht aan dezelfde, ging uit van de vader, Anselme Odevaere (1744-1810). Beide brieven hadden het over het portret van de echtgenote van de prefect, dat door Odevaere was gemaakt.

Hoe zijn beide brieven in het publiek domein gevallen? Komen ze uit een archief Odevaere of uit een archief Chauvelin? Het eerste is eerder onwaarschijnlijk, maar niet helemaal onmogelijk, hoewel dit zou veronderstellen dat ze uiteindelijk niet werden verstuurd of zoniet werden geweigerd en terugbezorgd. Beide brieven zijn evenwel verzegeld geweest, terwijl er moeilijk een reden te bedenken valt waarom ze niet zouden zijn verstuurd. Dus, afkomstig uit privé papieren van prefect Chauvelin.

Antiquaar Wim De Goeij kon me niet verder op de weg helpen. Hij kocht de twee brieven rond 1990 op een veiling in Amsterdam, uit een verzameling waarin zich ook brieven bevonden van Charles Rogier, van de Ieperse stadsarchivaris Lambin en vooral van de fysicus Joseph Plateau (deze laatste werden aangekocht door de Universiteit van Gent). Het ging om een collectie autografen die einde 19de eeuw was gevormd door een niet nader aangeduide verzamelaar en waarvan het ‘Belgische’ deel uit een omvangrijker geheel leek te zijn gelicht. Méér zullen we dus waarschijnlijk over de herkomst niet meer te weten komen.

Wat zeker lijkt is dat Odevaere, wellicht tijdens zijn verblijf in Brugge einde 1804 naar aanleiding van het feestelijk onthaal dat hem te beurt viel, een opdracht kreeg van de prefect om zijn echtgenote, geboren Herminie Tavernier de Boullongne (1775-na1840) te portretteren, tegen betaling van 40 gouden louis comme nous sommes convenus.

Begin Juni 1807 had Odevaere, ondanks herhaalde brieven, - plusieurs lettres restées sans réponse -, nog altijd geen gevolg gekregen. Eerst had hij een voorschot gevraagd, maar nu vorderde hij het volledige bedrag. Om aan de prefect geen verdere uitvluchten meer toe te laten, gelastte hij zijn vader de som te gaan ophalen op het kabinet van de prefect en hem de kwitantie te overhandigen.

Het vervolg blijft (voorlopig?) een raadsel. Ontving vader Odevaere het bedrag? Werd aan de prefect het portret van zijn vrouw overhandigd? Zo ja, waar is het sindsdien gebleven? Nergens wordt dit werk vermeld in de gepubliceerde lijsten van werk van Odevaere. Als hij het portret betaalde en ontving, ligt het voor de hand dat Chauvelin het meenam en het ophing hetzij in zijn kasteel (de vroegere abdij van Cîteaux), hetzij in zijn Parijse optrek. Het gezin Chauvelin-Tavernier bleef kinderloos, en toen de echtgenote in de jaren 1840 overleed werd haar nalatenschap geërfd door neven en nichten. Waar het portret zich momenteel bevindt, is vooralsnog niet te achterhalen. Geen enkel werk dat opgave doet van werken van Odevaere (Thieme-Becker, Bénézit, Jane Turner) vermeldt het. Als het nog bestaat, is het daarbij de vraag of men ook nog weet wie het heeft geschilderd en wie het voorstelt.

Eén vaststelling kan men alvast maken: Chauvelin betaalde niet vlot. Sommige elementen lijken er op te wijzen dat hij het financieel niet zo ruim had en, zoals veel van zijn belangrijke tijdgenoten, aanzienlijk boven zijn stand en mogelijkheden leefde. Hieraan hebben we het zeer waarschijnlijk te danken dat zijn portret in Brugge achterbleef en stadsbezit werd.

Andries Van den Abeele



Bijlagen

Brief van Joseph Odevaere aan prefect Chauvelin

Monsieur

Monsieur Chauvelin

Préfet du département de la Lys

Bruges

Rome le 2 juin 1807

Monsieur,

J’ai eu l’honneur de Vous écrire plusieurs lettres qui sans doute sont restées sans réponse par la multiplicité des affaires qui vous occupent. Je vous demande pardon de vous importuner de nouveau mais vous m’avez témoigné trop de bienveillance pour que je craigne de vous désobliger en vous demandant le payement du portrait de Mad. Chauvelin. Par ma dernière lettre je vous demandai un accompte (sic), mais ces fonds m’étant nécessaires et mon père aiant occasion de me les faire passer avec sûreté je vous prie de lui remettre la somme entière de quarante louis comme nous sommes convenus. Mon Père aura l’honneur de vous remettre ma quittance.

J’ai appris avec bien du regret Monsieur, la perte que vous venez de faire. Vous m’excuserez de renouveler votre douleur mais je n’ai pu m’empêcher de vous témoigner toute la part que je prenais à ce triste évènement.

Veuillez présenter mes respectueux hommages à Mad. Chauvelin et croire que j’ai l’honneur d’être, Monsieur,

Votre très humble et très obéissant serviteur,

J. Odevaere

Brief van Anselme Odevaere aan prefect Chauvelin

Monsieur

Monsieur Chauvelin

Préfet du département de la Lys

Bruges

Bruges ce 19 juin 1807

Monsieur,

Je viens de recevoir de mon fils une lettre à votre adresse que j’ai l’honneur de vous remettre ci joint. J’aurais eu celui de vous la présenter en personne, si une débilité des nerfs ne m’empêchait de sortir. Mon fils m’envoit (sic) en même temps la quittance de la somme de quarante louis qu’il me charge de recevoir de vous Monsieur et dont vous devez avoir connaissance, pour que je lui en fasse la remise par l’occasion qu’il me suggère.

Veuillez Monsieur me faire compter cette somme et me croire avec le plus profond respect, Monsieur,

Votre très humble et très obéissant serviteur,

Odevaere

(gepubliceerd in de Handelingen van het genootschap voor geschiedenis te Brugge).

www.andriesvandenabeele.net